Handgeschreven brief (verzoekschrift/bedelbrief).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/bedelbrief). [Pagina 2]
kost te betalen. omdat ik hier een sigaren winkel
heb gehad en moeten verkoopen toen de oorlog uitbrak
omreden mijn meeste klanten in dienst moesten en ik het
niet vol kon houden. toen ben ik naar Naumburg
gaan werken gedurende zeven weken en krek naar hier
gekomen. en negen weken in et huis gezeten en later
weer naar Berlijn vertrokken waar ik drie maanden
aan het gasfabriek opperman was. en toen twee
maanden daarna naar Frankrijk. waar ik slecht weg
ben gekomen en slecht been en nog geen geld. naar
Arnhem en den Haag en overal geschreven doch zonder
resultaat en wacht het nu in de armoed af. ik ben
as donderdag weer naar Duitschland en ben haast
nood gedwongen. maar mijn been is nog lang niet
beter. en ik heb totaal geen kleren geen wergoed
of niets. Winterhulp geschreven doch ook afwijzend
van gekregen. een keer steun weer aangevraagd voor
vier weken geleden. doch krijg afwijzend van
en voor veertien dagen weer steun aangevraagd.
en niets van gehoord. een stille hoop had ik nog
dat ik daar weer geholpen wordt doch geheel niet.
hier in dit kosthuis ben ik nu nog uit medelijden om
dat ze mijn niet op straat willen sturen. doch heb ook
al weer heel wat schuld. en kan niet meer in de kost
blijven. die menschen kunnen dat ook niet langer
doen. wat moet ik dan. en hoe kan ik zoo langer
[Pagina 3]
ik ben gewoon raad ten einde en weet niet waar heen
in hulp van onbekinden kan ik niet komen omreden mijn
Distributie bescheinigung niet geheel volledig is geen
steun geen kleren. en geen eten haast. en al mijn
vragen hoe beleefd ook helpt niets had ik kleren dan
ik toch al is mijn been niet beter naar Duitschland
gaan f. kan ik wat geld hebben om wat klein
handel te koopen. en mocht scheermesjes verkoopen
op de schippersbeurs. als ik maar iets had om zoo
lang een bestaan te hebben. maar dit mag ook niet
ik heb 28 jaar zee gevaren en trouw al die jaren
trouw belasting betaalt. vrij van sterken drank
nooit met polietie in aanraking geweest nog
minder een bekeuring. verschrikkelijk zoo mijn
nu alles tegen slaat. ook de steun laat mijn nu
geheel verlagen. ik heb ach. maar om voorschot
gevraagd. als ik mijn geld uit Frankrijk krijg kan
het toch afgehouden worden. dan heb ik iets
zoo vraag ik beleefd Wel Edl Gestr Heer.
Uwe of U mijn wil helpen of raad geven wat moet
ik nu. hier kan ik zoo niet blijven en zoo gaarne
wou ik 10 f. per omgaande een bericht van uwe
willen wachten. mijn steun no: was 72523
Wel Edl. Heer. gaarne wou ik ook hier blijven
als mijn geld komt wat te kunnen beginnen. als ik
maar iets had om zoo lang mijn brood te kunnen
verdienen In deze brief schetst de schrijver een schrijnend beeld van zijn persoonlijke en financiële situatie tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog. De auteur legt uit hoe hij zijn sigarenzaak verloor door de mobilisatie van zijn klanten, waarna hij als arbeider (o.a. als opperman bij een gasfabriek) in Duitsland (Naumburg, Berlijn) en Frankrijk heeft gewerkt.
De tekst bevat verschillende argumenten om de betrouwbaarheid van de schrijver te onderstrepen: hij heeft 28 jaar gevaren, drinkt niet en heeft een schoon strafblad. Hij kampt echter met een fysiek gebrek ("slecht been") en een administratief probleem: zijn "Distributie bescheinigung" (bewijs van inschrijving voor rantsoenering) is niet volledig, waardoor hij geen recht heeft op reguliere steun, kleding of voedselbonnen. Zijn verzoek is concreet: hij vraagt om 10 gulden om een handeltje in scheermesjes te beginnen op de schippersbeurs, in de hoop zo weer zelfvoorzienend te worden. De brief is een tijdsdocument dat de bureaucratische en sociale wanhoop van de oorlogsjaren illustreert. De term "Winterhulp" verwijst naar de Winterhulp Nederland (WHN), de nationaalsocialistische hulporganisatie die tijdens de bezetting de enige toegestane vorm van maatschappelijke hulpverlening was. Dat de schrijver daar wordt afgewezen, benadrukt zijn isolement.
De vermelding van werken in Duitsland duidt mogelijk op de Arbeitseinsatz, hoewel de schrijver suggereert dat hij er deels uit noodzaak heen ging om in zijn levensonderhoud te voorzien. De brief is gericht aan een "Wel Edel Gestrenge Heer", een formele aanspreektitel voor een hooggeplaatst persoon of een functionaris bij een liefdadigheidsinstelling of overheidsinstantie. Het document weerspiegelt de brede armoede en de moeite die gedeporteerden of terugkerende arbeiders hadden om hun leven weer op de rails te krijgen in een ontwrichte samenleving. Winterhulp