Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 20 oktober 1941. No 24/3 L.M. 1941 27/10
Amsterdam 20/10 41 vorig schrijven
[Rood kader: naar markten E v B. Maagl Standplaatsen]
Wel Edtl Gele Heer op de markten
Een oogenblik vraag ik beleefd uwe aandacht.
Over mijn briefje. Ten eerste zal ik und [U] vriendl.
danken. Voor het bekomen van een vergunning
voor een markt stal. ten minste zoo der dat.
Wanneer ik het geld heb. dat ik er handel op koopen
kan. Nu Mijnheer ik had de beste voornemens.
en totaal alles staat mijn tegen. Ik ben met een
letsel van mijn knie uit Frankrijk gekomen
waar dan ik ieder jaar een uitkering van de Rijks =
Verzekerings bank heb gekregen. en zonder een Dokter
of specialist mijn goed heeft gekeurd. staat
mijn uit kering stil. en ben ik al reeds van af
Augustus afgeschreven. mijn geld uit Frankrijk
waar ik nog niet beter te weten ruim 50 gulden
van te goed ben. komt niet ik en ook vele anderen
en is hoopeloos. ik werkte voor Organisatie Todt
Woil en Likman aannemers in Lapalice west
Frankrijk. Toen ik pas hier kwam en niets geen
geld had. heb ik twee weken van Maatsch. [Maatschappelijk]
Steun getrokken. Doch zoo gauw ik 70 gulden uitkering [ontving]
heb ik de steun weer afgezegt. Van het geen ik
ontvangen heb uit Frankrijk had ik veel schuld * Inhoud: De brief is geschreven door een man die probeert een vergunning voor een marktstalletje in Amsterdam te bemachtigen. Hij doet uit de doeken waarom hij in een benarde financiële positie verkeert: hij is gewond geraakt aan zijn knie tijdens werkzaamheden in Frankrijk en zijn uitkering van de Rijksverzekeringsbank is stopgezet zonder medische keuring. Daarnaast wacht hij nog op achterstallig loon uit Frankrijk dat niet wordt uitbetaald. Hij benadrukt zijn goede wil door te vermelden dat hij de 'Maatschappelijke Steun' (bijstand) direct heeft opgezegd zodra hij weer over een klein bedrag aan eigen middelen beschikte.
* Toon: De toon is nederig en dringend. De schrijver probeert zijn eerlijkheid en werkwilligheid aan te tonen ondanks zijn fysieke beperking.
* Schrijfwijze: Het handschrift is redelijk leesbaar, maar de spelling is fonetisch en de zinsbouw is gebrekkig (bijv. "und" voor "U", "afgezegt", "koopen", "Rijks = Verzekerings bank"). Dit duidt op een schrijver uit de arbeidersklasse. * Historische periode: De brief dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Organisatie Todt (OT): De schrijver vermeldt gewerkt te hebben voor de "Organisatie Todt" via de aannemers "Woil en Likman" in "Lapalice" (La Pallice, nabij La Rochelle). De OT was de Duitse militaire bouworganisatie die verantwoordelijk was voor onder andere de bouw van de Atlantikwall en onderzeebootbases (zoals in La Pallice). Veel Nederlanders werkten hiervoor in Frankrijk, vaak uit economische noodzaak of later onder dwang.
* Economie en Markten: Tijdens de bezetting was de economie zwaar gereguleerd. Een vergunning voor een marktplaats was essentieel voor iemand die buiten het reguliere arbeidscircuit (vanwege letsel) toch een inkomen wilde genereren.
* Bureaucratie: De brief illustreert de interactie tussen de burger en de bureaucratie (de marktmeester, de Rijksverzekeringsbank en de sociale dienst) in een tijd van schaarste en onzekerheid. B. Maagl