Brief op officieel briefpapier.
Origineel
Brief op officieel briefpapier. 11 oktober 1941. Markt- en Havenmeester van de Gemeente Zwolle (ondertekend door Sanders). De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. MARKT- EN HAVENWEZEN
GEMEENTE ZWOLLE
№ 1815 —
Onderwerp:
ZWOLLE, 11 October 1941
Burgemeester Van Royensingel 3
Telefoon No. 889
№ 20/25/1 M. 1941 13/10 3423 m. [onleesbaar monogram]
[Handgeschreven:] Priddy Oomarkt 3592
Aan den Heer Directeur van het
Marktwezen te AMSTERDAM.
=====================
[Handgeschreven:] Zie morgen 3423 = Th Smits pl.v.v. Gide [?]
Naar ik vernam, zouden in de afgeloopen week op de algemeene goederenmarkt te Amsterdam ook Joden een standplaats hebben ingenomen.
Beleefd verzoek ik U, my wel te willen mededeelen of dit bericht juist is. Indien zulks het geval is, zoude ik gaarne van U vernemen, door welke autoriteit of instantie (zie art 4 der betrekkelyke op 15 September j.l. in de Pers verschenen publicatie van den Commissaris-Generaal voor de veiligheid) deze uitzondering is verstrekt, en of voor de betrokkenen daaraan kosten zyn verbonden geweest, c.q. hoeveel deze kosten beliepen.
Met beleefden dank by voorbaat,
De Markt-en Havenmeester
[Handtekening]
Sanders. * Inhoud: De marktmeester van Zwolle vraagt zijn ambtgenoot in Amsterdam om opheldering over het gerucht dat Joodse kooplieden nog steeds standplaatsen innemen op de Amsterdamse markt. Hij vraagt specifiek wie hiervoor toestemming heeft gegeven en of daarvoor betaald is.
* Toon: De toon is strikt zakelijk en ambtelijk ("Beleefd verzoek ik U"), kenmerkend voor de bureaucratische omgang in die periode.
* Kernpunt: De brief verwijst expliciet naar een publicatie van 15 september 1941 van de Commissaris-Generaal voor de Veiligheid (Hanns Albin Rauter). Dit artikel (Art. 4) vormde de juridische basis voor de uitsluiting van Joden van openbare markten.
* Observatie: Het document toont aan hoe lokale autoriteiten proactief toezagen op de naleving van anti-Joodse maatregelen en informatie uitwisselden om de segregatie sluitend te maken. De "nieuwsgierigheid" van de Zwolse ambtenaar suggereert dat men in Zwolle de regels wellicht strenger hanteerde of verbaasd was over een mogelijke uitzondering in de hoofdstad. Deze brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, op een moment dat de vervolging van de Joodse bevolking een fase van sociale isolatie en economische uitsluiting was ingegaan.
In september 1941 werden de maatregelen aangescherpt: Joden mochten niet langer deelnemen aan het openbare leven en werden verbannen uit parken, dierentuinen, musea en dus ook van openbare markten. De genoemde publicatie van 15 september 1941 was de beruchte verordening van Rauter die de bewegingsvrijheid van Joden drastisch inperkte. Dit document is een direct bewijs van de "administratieve uitvoering" van de Holocaust; het laat zien hoe de Nederlandse bureaucreatie meewerkte aan het handhaven van de discriminerende nazi-wetgeving tot op het niveau van marktstandplaatsen. Marktwezen