Archiefdocument
Origineel
De hoofdreferentie dateert van 25 januari 1941. Het document is doorgezonden op 13 oktober 1941. De handgeschreven notitie is gedateerd op 16 oktober 1941. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20 25/I 1941
DOORGEZONDEN: 13/10-'41.
[Handgeschreven tekst]
M. Smits plaatsvervanger M. Sanders
medegedeeld:
Te Amsterdam geen sprake van
uitzondering. (bijzondere regeling noodig)
Bijzondere omstandigheden kunnen ter
stede de uitvoering verzwaren door groote
contingent korpsleden
die dagelijks plaats
nemen.
16-10-'41
[onleesbare paraaf, mogelijk 'az']
Telefonisch afgedaan
door Chr. de Roos
[handtekening/paraaf]
[Onderaan links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een interne ambtelijke notitie uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de tekst is een afwijzing van een verzoek om een uitzonderingspositie of speciale regeling voor de stad Amsterdam. Hoewel de schrijver erkent dat "bijzondere omstandigheden" de uitvoering van bepaalde zaken in de stad kunnen "verzwaren" — specifiek door het grote aantal "korpsleden" (mogelijk politie of een paramilitair korps) dat daar dagelijks aanwezig is — wordt er vastgehouden aan de algemene regel. De afhandeling van deze kwestie vond op 16 oktober 1941 telefonisch plaats door een ambtenaar genaamd Chr. de Roos. In oktober 1941 was de situatie in Amsterdam gespannen. Na de Februaristaking eerder dat jaar stond de stad onder streng toezicht van de bezetter en de collaborerende overheid. De term "korpsleden" in combinatie met het departement van "Algemeene Zaken" suggereert een link met de reorganisatie of inzet van de politie of de hulppolitie. De weigering om een uitzondering te maken voor Amsterdam past in het bredere nazi-beleid van Gleichschaltung (gelijkschakeling), waarbij lokale autonomie en afwijkende regelingen voor steden werden afgebouwd ten gunste van een centraal gestuurd beleid vanuit Den Haag. M. No M. Sanders M. Smits Politie
Samenvatting
Dit document is een interne ambtelijke notitie uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de tekst is een afwijzing van een verzoek om een uitzonderingspositie of speciale regeling voor de stad Amsterdam. Hoewel de schrijver erkent dat "bijzondere omstandigheden" de uitvoering van bepaalde zaken in de stad kunnen "verzwaren" — specifiek door het grote aantal "korpsleden" (mogelijk politie of een paramilitair korps) dat daar dagelijks aanwezig is — wordt er vastgehouden aan de algemene regel. De afhandeling van deze kwestie vond op 16 oktober 1941 telefonisch plaats door een ambtenaar genaamd Chr. de Roos.
Historische Context
In oktober 1941 was de situatie in Amsterdam gespannen. Na de Februaristaking eerder dat jaar stond de stad onder streng toezicht van de bezetter en de collaborerende overheid. De term "korpsleden" in combinatie met het departement van "Algemeene Zaken" suggereert een link met de reorganisatie of inzet van de politie of de hulppolitie. De weigering om een uitzondering te maken voor Amsterdam past in het bredere nazi-beleid van Gleichschaltung (gelijkschakeling), waarbij lokale autonomie en afwijkende regelingen voor steden werden afgebouwd ten gunste van een centraal gestuurd beleid vanuit Den Haag.