Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 5 november 1941. S. Turfreijer, namens R. van Kolm – van Velzen. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Linksboven, stempel en handgeschreven:]
№ 28/1 M. 1941 5/11
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 5 November 1941.
[Midden rechts:]
den Heer Directeur v.h. Marktwezen
van Amsterdam, Jan van Galenstr. 14 (W.)
[Linker marge:]
BETREFT:
Uw aanschrijving dd. 27/10 & 3/11 '41
inz. hulpmarkten v/L. van KOLM
LEPELSTRAAT 85 III
[Hoofdtekst:]
Mijnheer,
Hierdoor deel ik U beleefd mede, dat de Heer L. van Kolm zich momenteel bevindt in de „Deutsches Polizei Gefängnis” te Scheveningen. Tengevolge hiervan is het hem uiteraard niet mogelijk ten Uwent te komen om een formulier, inzake een plaats op één der hulpmarkten, in te vullen en het is om dien reden, dat ik U, namens zijn echtgenoote, beleefd verzoek den Heer van Kolm van deze verplichting uitstel te willen verleenen, tot dat hij weer in de gelegenheid zal zijn, daaraan te voldoen.
In verband met deze omstandigheid en de moeilijkheden, welke thans reeds op het zoo zwaar getroffen gezin drukken, vertrouw ik, dat dit beroep op Uwe welwillendheid niet vergeefsch zal zijn.
U bij voorbaat hiervoor beleefd dankzeggend,
teeken ik,
Hoogachtend,
(namens R. v. Kolm v. Velzen)
[Handtekening: S. Turfreijer]
[Linksonder:]
AFZ: S. TURFREIJER,
LEPELSTR. 85,
AMSTERDAM. Deze brief is een indringend voorbeeld van hoe de bureaucratie van het dagelijks leven (zoals marktvergunningen) doorging tijdens de Duitse bezetting, terwijl burgers tegelijkertijd werden geconfronteerd met repressie.
De kern van de brief is het verzoek om uitstel voor Louis van Kolm, een marktkoopman die niet aan zijn administratieve plichten kan voldoen omdat hij gevangen zit in het zogenaamde 'Oranjehotel' in Scheveningen. De toon is uiterst beleefd en formeel, wat typerend was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd, zelfs wanneer men zich in een wanhopige situatie bevond.
De zinsnede "het zoo zwaar getroffen gezin" is veelzeggend. In de context van november 1941 doelt dit waarschijnlijk op de reeks anti-Joodse maatregelen die de Joodse gemeenschap in Amsterdam reeds hard hadden geraakt, naast de persoonlijke tragedie van de arrestatie van de gezinshoofden. De afzender, S. Turfreijer, treedt hier op als tussenpersoon voor de echtgenote, wat vaak gebeurde wanneer families zelf door omstandigheden of angst niet direct durfden te corresponderen. * Het Oranjehotel: De "Deutsches Polizei Gefängnis" in Scheveningen was de plek waar de Duitse bezetter politieke gevangenen, verzetsmensen en Joden opsloot voor verhoor en verdere deportatie.
* Hulpmarkten: Tijdens de oorlog werden in Amsterdam hulpmarkten ingesteld om de voedselvoorziening en handel in basisgoederen onder controle te houden en de bevolking te spreiden. Voor marktkooplieden was een plek op deze markten essentieel voor hun inkomen.
* De familie Van Kolm: Historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat Louis van Kolm op Lepelstraat 85-3 woonde. Hij was inderdaad marktkoopman. Uit archiefstukken blijkt dat hij en zijn gezin later zijn gedeporteerd; Louis van Kolm is in augustus 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document vormt een papieren getuigenis van de vergeefse strijd om een 'normaal' bestaan voort te zetten terwijl de vervolging in volle gang was.
* Locatie: De Lepelstraat lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam.