Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie 3 november 1941 Hoofdbureau van Politie Amsterdam, namens de Hoofdcommissaris (ondertekend door de Commandant der Ordepolitie) [Linksboven, gedrukt:]
HOOFDBUREAU VAN POLITIE
[Logo met drie blokjes]
[Rechtsboven, handgeschreven:]
mi. Dir
[Rechtsboven, gedrukt/getypt:]
Amsterdam-C., 3 November 194 1
[Kader:] Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
[Middenlinks, getypt:]
Dict.Kr./FH
Lr.I No.3203
Onderwerp:
Openbare Markten.
[Paars stempel over de tekst heen:]
No 20/27/1 M.1341 4/11
[Tekstbrief:]
Naar aanleiding van de met ingang van heden genomen byzondere maatregelen tegen de joden op markten, waarvan ik langs anderen weg, meer toevallig, kennis kreeg, terwijl dit een aangelegenheid is, waarbij de openbare orde ten nauwste betrokken is, moge ik U beleefd verzoeken, mij in de toekomst steeds tijdig tevoren in kennis te stellen met byzondere omstandigheden, verband houdende met de markten, opdat door onze onderlinge samenwerking de openbare rust en orde kan worden bevorderd.
[Ondertekening:]
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE
namens dezen
DE COMMANDANT DER ORDEPOLITIE
[Handtekening]
KRENNING [Paars stempel]
[Linksonder:]
*
Den Heer C.F. Sixma
Directeur van het Marktwezen
A l h i e r
[Onderrand, gedrukt:]
M 72 - 10000-9-41
[Rechtsonder, handgeschreven:]
20 * Inhoud: In deze brief beklaagt de Commandant der Ordepolitie zich erover dat hij slechts "toevallig" en via-via op de hoogte is gesteld van nieuwe beperkende maatregelen tegen Joden op de Amsterdamse markten. Hij verzoekt de Directeur van het Marktwezen dringend om de politie voortaan tijdig te informeren over dergelijke besluiten, omdat deze direct van invloed zijn op de handhaving van de openbare orde en rust.
* Toon: De toon is formeel-ambtelijk ("moge ik U beleefd verzoeken"), maar bevat een duidelijke ondertoon van autoriteit en ongenoegen over het gebrek aan communicatie tussen de gemeentelijke diensten en de politie.
* Betrokkenen:
* H.A. Krenning: De ondertekenaar was commandant van de Ordepolitie in Amsterdam en stond bekend als een collaborateur die nauw samenwerkte met de Duitse bezetter.
* C.F. Sixma: Directeur van de gemeentelijke dienst Marktwezen.
* Kenmerken: Het gebruik van de spelling "byzondere" en "joden" (zonder hoofdletter) is typerend voor de tijdsgeest en de ambtelijke spelling van die periode. Dit document stamt uit november 1941, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in het bezette Nederland in een stroomversnelling kwamen. Nadat Joden eerder al uit veel openbare functies waren gezet, werd hun bewegingsvrijheid in de loop van 1941 steeds verder beperkt.
Op 1 november 1941 trad een verordening in werking die het Joden verbood om op reguliere openbare markten te staan of deze te bezoeken. In Amsterdam leidde dit tot de instelling van specifieke "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspstraatje), waar Joden alleen onderling handel mochten drijven.
De brief illustreert de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging: de politie is niet bezorgd om het morele aspect van de uitsluiting, maar puur om de logistieke en veiligheidsaspecten ("openbare rust en orde"). De Ordepolitie, die onder direct toezicht van de SS kwam te staan, speelde een cruciale rol bij het handhaven van deze segregerende maatregelen.