Administratieve notitie/dossierstuk.
Origineel
Administratieve notitie/dossierstuk. Verschillende data in november 1941 (10, 12, 14 en 22 november). [Rechtsboven, handgeschreven:]
887
19/2 '30
[Stempel linksboven:]
BIJ BLAD VAN:
M. No. 20/41/1 1941
DOORGEZONDEN: 10/11-'41
[Handgeschreven tekst midden:]
V. de Horst heeft op geen der
Joodsche markten een plaats
geaccepteerd.
H. kan zich m.i. z.z.t. laten
inschrijven op één der
sollicitantenlijsten voor de
Joodsche markten.
[Rechtsmidden, aantekeningen:]
B 12/11 '41
oproepen
12-11-'41
Dekker
[Onderaan, aantekeningen:]
p 14-11-'41
vBergen, de Horst van
bovenstaande in kennis gesteld.
B 14/11 '41
[Helemaal onderaan, paraaf:]
NP 22/11 '41
[Gedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Kern van de zaak: Het document rapporteert dat een zekere V. de Horst een aangeboden standplaats op de speciaal ingerichte "Joodsche markten" heeft geweigerd.
* Administratieve afhandeling: Er is een duidelijke spoorvorming van bureaucratische acties zichtbaar:
* 10 november: Het stuk wordt doorgezonden.
* 12 november: Ambtenaar Dekker roept de betrokkene(n) op.
* 14 november: Van Bergen en De Horst worden officieel op de hoogte gesteld van de inhoud van deze notitie.
* 22 november: Het dossierstuk wordt geparafeerd voor voltooiing/archivering.
* Terminologie: Het gebruik van afkortingen als "m.i." (mijns inziens) en "z.z.t." (zijner tijd) is typerend voor Nederlandse ambtenarentaal uit die periode. De term "sollicitantenlijsten" duidt op een gereguleerd systeem voor de toewijzing van schaarse marktplaatsen. Dit document is een direct overblijfsel van de anti-Joodse maatregelen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf september 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter en meewerkende Nederlandse instanties gedwongen hun standplaatsen op reguliere markten op te geven. Zij werden verbannen naar speciaal aangewezen "Joodse markten" (zoals in Amsterdam op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Joubertstraat), waar alleen Joden mochten kopen en verkopen.
De weigering van V. de Horst om een plaats te accepteren is betekenisvol; het kan wijzen op een vorm van protest tegen de segregatie, of op de conclusie dat een rendabel bedrijf voeren op dergelijke geïsoleerde markten onmogelijk was. De administratieve precisie in het document illustreert hoe de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare economische leven een bureaucratisch proces was dat nauwgezet werd bijgehouden. Dekker roept (Ambtenaar) M. No V. de Horst Marktwezen
Samenvatting
- Kern van de zaak: Het document rapporteert dat een zekere V. de Horst een aangeboden standplaats op de speciaal ingerichte "Joodsche markten" heeft geweigerd.
- Administratieve afhandeling: Er is een duidelijke spoorvorming van bureaucratische acties zichtbaar:
- 10 november: Het stuk wordt doorgezonden.
- 12 november: Ambtenaar Dekker roept de betrokkene(n) op.
- 14 november: Van Bergen en De Horst worden officieel op de hoogte gesteld van de inhoud van deze notitie.
- 22 november: Het dossierstuk wordt geparafeerd voor voltooiing/archivering.
- Terminologie: Het gebruik van afkortingen als "m.i." (mijns inziens) en "z.z.t." (zijner tijd) is typerend voor Nederlandse ambtenarentaal uit die periode. De term "sollicitantenlijsten" duidt op een gereguleerd systeem voor de toewijzing van schaarse marktplaatsen.
Historische Context
Dit document is een direct overblijfsel van de anti-Joodse maatregelen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf september 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter en meewerkende Nederlandse instanties gedwongen hun standplaatsen op reguliere markten op te geven. Zij werden verbannen naar speciaal aangewezen "Joodse markten" (zoals in Amsterdam op het Waterlooplein, de Gaaspstraat en de Joubertstraat), waar alleen Joden mochten kopen en verkopen.
De weigering van V. de Horst om een plaats te accepteren is betekenisvol; het kan wijzen op een vorm van protest tegen de segregatie, of op de conclusie dat een rendabel bedrijf voeren op dergelijke geïsoleerde markten onmogelijk was. De administratieve precisie in het document illustreert hoe de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare economische leven een bureaucratisch proces was dat nauwgezet werd bijgehouden.