Doorslag van een getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen ("MH Inspecteur").
Origineel
Doorslag van een getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen ("MH Inspecteur"). 31 december 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam). VD/HG.
20/44/2 M.
1
31 December 1941.
Samenvoeging weekmarkten
Westerstraat en Amstelveld.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 24 November jl. aan mij gerichten brief van het Front van Nering en Ambacht onder andere inzake samenvoeging van de weekmarkten Westerstraat en Amstelveld op Maandag (in dien zin, dat de markt aan de Westerstraat zou moeten worden verplaatst naar het Amstelveld). Ik merk hierbij op, dat het noodzakelijk gevolg van een dergelijke maatregel zou zijn, dat ook de weekmarkt aan de Noordermarkt, welke feitelijk als verlengstuk van de Westerstraat moet worden beschouwd, eveneens naar het Amstelveld zou moeten worden overgebracht. Het motief van adressant, dat de Jordaan voor het Marktwezen bezig is uit te sterven, kan ik zeker niet onderschrijven. Dit blijkt trouwens wel uit de plaatsbezetting van deze markten in den laatsten tijd. Op Westerstraat en Noordermarkt worden des Maandags gemiddeld 140 plaatsen door kooplieden bezet; op het Amstelveld 80.
De practijk van het Marktwezen heeft in den loop der jaren wel geleerd, dat men een markt, welke historisch gegroeid is, niet willekeurig kan verplaatsen: dit is niet in het belang van het marktwezen, noch in dat der kooplieden. Ik heb daarom opdracht gegeven om onder de kooplieden van Westerstraat en Noordermarkt een enquête te doen houden omtrent hun standpunt ten aanzien van een verplaatsing naar het Amstelveld. Zoodra mij het resultaat hiervan bekend is, zal ik U ter zake nader rapporteeren.
De Directeur, In deze brief reageert de Directeur van het Marktwezen op een voorstel van het "Front van Nering en Ambacht" om de maandagmarkten in de Jordaan (Westerstraat en Noordermarkt) te verplaatsen naar het Amstelveld.
De kernpunten van de analyse zijn:
* Weerlegging van argumenten: De Directeur bestrijdt de bewering dat de markt in de Jordaan "uitsterft". Hij onderbouwt dit met cijfers: de Jordaan-markten zijn met 140 bezette plekken aanzienlijk groter dan die op het Amstelveld (80 plekken).
* Beleidsvisie: Er wordt een conservatieve, historisch-georiënteerde visie op marktbeheer gehanteerd. De Directeur stelt dat markten "historisch gegroeid" zijn en dat willekeurige verplaatsing schadelijk is voor zowel de handel als de organisatie.
* Procedure: De Directeur kiest voor een zorgvuldige aanpak door eerst een enquête te houden onder de betrokken marktkooplieden voordat er een definitief besluit wordt genomen of advies aan de wethouder wordt uitgebracht. Het document dateert van december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is essentieel voor het begrip van de genoemde instanties:
* Front van Nering en Ambacht: Dit was een nationaalsocialistische (NSB-gelieerde) organisatie die de belangen van de middenstand moest behartigen binnen de nieuwe orde. Hun voorstel had waarschijnlijk een politieke of sanerende achtergrond.
* Sociale context: De bewering dat de Jordaan als marktgebied aan het "uitsterven" was, kan niet los worden gezien van de oorlogsomstandigheden en de wegvoering van Joodse Amsterdammers, die een groot aandeel hadden in de Amsterdamse markthandel. De Directeur lijkt hier echter vast te willen houden aan de bestaande economische structuren.
* Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (destijds de NSB'er Jan Smit) was verantwoordelijk voor de distributie en verkoop van voedsel, wat in 1941 door toenemende tekorten een uiterst kritieke taak was. Markten speelden hierin een centrale rol voor de lokale bevolking.