Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.
Origineel
Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 11 december 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, blauw potlood:] verzonden 11/12
[Handgeschreven, rechterbovenhoek:] Inspecteur
VD/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
20/47/1 M. 11 December 1941.
Verlenging tijdelijke
hulpmarkten.
Bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 December 1940 No. 1085 L.M. 1940 zijn de daarin genoemde tijdelijke hulpmarkten aangewezen voor ten hoogste één jaar, ingaande 1 Januari 1941.
Bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 24 Januari 1941 no. 147 L.M. 1941 is met ingang van 24 Januari 1940 aangewezen als tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkt, het Westerdok, begrensd door het terrein, gelegen tusschen het Westerdok en den Westerdoksdijk over een lengte van 30 meter naar het Noorden en 20 meter naar het Oosten, gemeten vanuit het Zuidoostelijke begin van deze begrenzing, terwijl bij Besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam d.d. 4 Juli 1941 met ingang van 1 Juli 1941 is aangewezen als tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkt, de Lijnbaansgracht (Noordzijde) vanaf de brug over de Reguliersgracht tot en met het gedeelte voor perceel Lijnbaansgracht no. 380.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken, wel te willen bevorderen dat ingevolge artikel 7 lid 2 van de Verordening op den dienst van het Marktwezen de tijdelijke hulpmarkten genoemd in bovenaangehaalde Besluiten, door den Burgemeester met ingang van 1 Januari 1942 opnieuw voor den tijd van ten hoogste één jaar worden aangewezen.
De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van de directeur van de marktdienst aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. Het doel is de wettelijke verlenging van de status van diverse 'tijdelijke hulpmarkten' in de stad. Er wordt specifiek verwezen naar locaties voor de brandstoffenmarkt (zoals bij het Westerdok en de Lijnbaansgracht). De directeur verzoekt om deze aanwijzingen met een jaar te verlengen, ingaande op 1 januari 1942, conform de bestaande marktverordening. Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term 'Regeeringscommissaris voor Amsterdam' verwijst naar de door de bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte, die deze titel droeg nadat de gemeenteraad buitenspel was gezet.
De noodzaak voor 'hulpmarkten', met name voor brandstoffen (zoals kolen en turf), was in deze periode groot vanwege de toenemende schaarste en de rantsoenering. De distributie van brandstof voor verwarming was een cruciaal onderdeel van de voedsel- en voorzieningenvoorziening in de stad tijdens de oorlogsjaren. De locaties aan het water (Westerdok, Lijnbaansgracht) waren strategisch gekozen voor de aanvoer per schip.