Ambtelijke notitie / Memorandum
Origineel
Ambtelijke notitie / Memorandum 11 december 1941 (met een kanttekening van 12 december 1941) 11 Dec '41 Mr. de Haan bespreken
49364
Hr. Van Opdorp Insp.
Rijks textielbureau.
Chineezen en anderen die
op markt staan met textiel
moeten M (markt-) vergunning
hebben. Hebben ze V (vent-)
vergunning dan kunnen zij
zich laten overschrijven op
M vergunning of op M + V
vergunning.
Marktwezen nagaan
welke gevallen zich
voordoen.
Wij overleggen aan den Haag.
Adres den Haag
Rijksbur. Distex
Andries Bickerweg 2
den Haag.
(In de linkerbenedenhoek, met pijl verbonden aan de tekst):
12 Dec '41
afgesproken dat Bur.
Distex de zaak van de lijst
aan Bur. Stat. 1 Dit document is een interne ambtelijke notitie betreffende de regulering van de textielhandel op markten tijdens de Duitse bezetting. De kern van het bericht is de administratieve afhandeling van vergunningen voor marktkooplieden (met name genoemd "Chineezen en anderen").
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten vergunningen:
1. M-vergunning: Voor de standplaats op de markt.
2. V-vergunning: Voor het 'venten' (langs de deuren gaan of op straat verkopen).
De notitie stelt vast dat handelaren met een ventvergunning zich moeten kunnen laten overschrijven naar een marktvergunning of een gecombineerde vergunning. Er wordt opdracht gegeven aan de afdeling 'Marktwezen' om te inventariseren hoeveel van dergelijke gevallen er zijn. De toevoeging van 12 december suggereert dat de gegevens van "Distex" (Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten) overgedragen zullen worden aan "Bur. Stat. 1" (Bureau Statistiek). In 1941 was de schaarste aan goederen in het bezette Nederland groot, wat leidde tot een strikt distributiesysteem. Textiel was een van de eerste producten die op de bon ging. Het Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten (Distex) was verantwoordelijk voor het beheer van de voorraden en de uitgifte van vergunningen aan handelaren.
De specifieke vermelding van "Chineezen" is historisch relevant. In de jaren '30 en '40 vormde de Chinese gemeenschap in Nederland (vaak voormalige zeelieden) een zichtbare groep in de ambulante handel, waaronder de verkoop van textiel en pinda's. Tijdens de bezetting werden minderheidsgroepen en ambulante handelaren door de autoriteiten extra nauwlettend in de gaten gehouden om de zwarte markt te bestrijden en de controle over de distributie te behouden. Het adres "Andries Bickerweg 2" in Den Haag was destijds inderdaad de zetel van diverse rijksbureaus voor distributie. Marktwezen Rijksbureau
Samenvatting
Dit document is een interne ambtelijke notitie betreffende de regulering van de textielhandel op markten tijdens de Duitse bezetting. De kern van het bericht is de administratieve afhandeling van vergunningen voor marktkooplieden (met name genoemd "Chineezen en anderen").
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten vergunningen:
1. M-vergunning: Voor de standplaats op de markt.
2. V-vergunning: Voor het 'venten' (langs de deuren gaan of op straat verkopen).
De notitie stelt vast dat handelaren met een ventvergunning zich moeten kunnen laten overschrijven naar een marktvergunning of een gecombineerde vergunning. Er wordt opdracht gegeven aan de afdeling 'Marktwezen' om te inventariseren hoeveel van dergelijke gevallen er zijn. De toevoeging van 12 december suggereert dat de gegevens van "Distex" (Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten) overgedragen zullen worden aan "Bur. Stat. 1" (Bureau Statistiek).
Historische Context
In 1941 was de schaarste aan goederen in het bezette Nederland groot, wat leidde tot een strikt distributiesysteem. Textiel was een van de eerste producten die op de bon ging. Het Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten (Distex) was verantwoordelijk voor het beheer van de voorraden en de uitgifte van vergunningen aan handelaren.
De specifieke vermelding van "Chineezen" is historisch relevant. In de jaren '30 en '40 vormde de Chinese gemeenschap in Nederland (vaak voormalige zeelieden) een zichtbare groep in de ambulante handel, waaronder de verkoop van textiel en pinda's. Tijdens de bezetting werden minderheidsgroepen en ambulante handelaren door de autoriteiten extra nauwlettend in de gaten gehouden om de zwarte markt te bestrijden en de controle over de distributie te behouden. Het adres "Andries Bickerweg 2" in Den Haag was destijds inderdaad de zetel van diverse rijksbureaus voor distributie.