Handgeschreven brief (mogelijk een minuut of afschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (mogelijk een minuut of afschrift). 19 december 1941. Onbekend (vermoedelijk een gemeentelijke instantie of marktwezen, gezien de referentie naar "Inspecteur van mijnen dienst"). 20/49/2 [in rood potlood]
28/12/41 HG [stempel/handgeschreven]
A’dam, 19/12 1941
Rijksbureau voor Textiel
Heerengracht 328
Alhier [onderstreept]
Ingevolge afspraak met Uwen
heer Opdorp heb ik de eer
u onderstaand een opgave te doen toekomen van
eenige markt-
koopluiden, die een V. op hun
textielvergunning hebben, hoewel
zij, volgens mededeeling van den
Inspecteur van mijnen dienst, als
marktkoopluiden zijn te be-
schouwen.
Ik verzoek u, wel te
willen bevorderen, dat de textielverg. van
deze kooplieden eveneens van een
M. worden voorzien.
AA
[In cirkel onderaan:] lijstje Penn overnemen De kern van deze brief is een verzoek tot administratieve correctie van textielvergunningen. De schrijver wijst erop dat een aantal handelaren momenteel de letter "V" op hun vergunning heeft staan, terwijl zij op basis van een inspectie als marktkooplieden beschouwd moeten worden. Het verzoek is om deze "V" te wijzigen naar een "M".
In de bureaucratie van de distributiestamkaarten en vergunningen tijdens de bezettingstijd stonden deze letters hoogstwaarschijnlijk voor:
* V: Vaste handelaar (winkelier met een vast pand).
* M: Marktkoopman (ambulante handel).
Dit onderscheid was cruciaal voor de toewijzing van voorraden en de specifieke regels waaraan de handelaar zich moest houden onder het vigerende distributiestelsel. De brief dateert uit december 1941, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie volledig onder controle had gebracht via een stelsel van Rijksbureaus. Het Rijksbureau voor Textiel hield toezicht op de productie en distributie van textielwaren, die wegens schaarste op de bon waren.
Winkeliers en marktkooplieden hadden specifieke vergunningen nodig om in textiel te mogen handelen. De bureaucratische aard van de bezetting betekende dat elke afwijking in status (zoals het verschil tussen een vaste winkelier en een marktkoopman) nauwgezet gecorrigeerd moest worden om juridische of logistieke problemen bij de bevoorrading te voorkomen. Het genoemde adres, Heerengracht 328, was inderdaad de zetel van diverse distributie-instanties in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. Marktwezen Rijksbureau
Samenvatting
De kern van deze brief is een verzoek tot administratieve correctie van textielvergunningen. De schrijver wijst erop dat een aantal handelaren momenteel de letter "V" op hun vergunning heeft staan, terwijl zij op basis van een inspectie als marktkooplieden beschouwd moeten worden. Het verzoek is om deze "V" te wijzigen naar een "M".
In de bureaucratie van de distributiestamkaarten en vergunningen tijdens de bezettingstijd stonden deze letters hoogstwaarschijnlijk voor:
* V: Vaste handelaar (winkelier met een vast pand).
* M: Marktkoopman (ambulante handel).
Dit onderscheid was cruciaal voor de toewijzing van voorraden en de specifieke regels waaraan de handelaar zich moest houden onder het vigerende distributiestelsel.
Historische Context
De brief dateert uit december 1941, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie volledig onder controle had gebracht via een stelsel van Rijksbureaus. Het Rijksbureau voor Textiel hield toezicht op de productie en distributie van textielwaren, die wegens schaarste op de bon waren.
Winkeliers en marktkooplieden hadden specifieke vergunningen nodig om in textiel te mogen handelen. De bureaucratische aard van de bezetting betekende dat elke afwijking in status (zoals het verschil tussen een vaste winkelier en een marktkoopman) nauwgezet gecorrigeerd moest worden om juridische of logistieke problemen bij de bevoorrading te voorkomen. Het genoemde adres, Heerengracht 328, was inderdaad de zetel van diverse distributie-instanties in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren.