Ambtelijk schrijven / Adviesnota.
Origineel
Ambtelijk schrijven / Adviesnota. 6 december 1940. Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van het Marktwezen (ondertekend door H.W. Rijvordt). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam ("Alhier"). [Linksboven stempel/nummering:] № 21/3/1 M. 1341 10/I
[Rechtsboven handtekening doorgehaald:] H. Rijvordt
6 December 1940.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[In de linkermarge een schets van een waterweg met de bijschriften: W. Dok / W. Dok dijk]
De firma gebr. Heeflang, gevestigd aan de Prinsengracht, heeft een opslagterrein gehuurd op den hoek van de Westerdokdijk tegenover de Westerdokkade, voor opslag van brandstoffen. In verband met bovenstaande, komt het veelvuldig voor, dat daar de kolenvaartuigen van genoemde firma gemeerd liggen, voor en opzij van het opslagterrein.
De firma, die voor haar vaartuigen, aan de Prinsengracht altijd marktgeld heeft betaald en ook een jaarschuit heeft, zou gaarne willen dat zij voor het opslagterrein haar vaartuigen kan laten liggen, daar het lossen niet altijd direct geschiedt.
Het is m.i. dan ook gewenscht het water voor en opzij van het opslagterrein tot 15 meter uit den wal, tot hulpmarkt van de brandstoffenmarkt, door B. en W. te laten aanwijzen.
In verband met het bovenstaande geef ik U in overweging [doorgehaald: aan] H.W. Rijvordt [doorgehaald: Wethouder te] verzoeken een besluit van Burgemeester en Wethouders uit te lokken waarbij het Westerdok aan de Westerdokdijk wordt aangewezen als tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkt.
[Rechtsonder notitie:] 15-12-40 de Haan Dit document is een intern ambtelijk verzoek binnen de gemeente Amsterdam om een specifiek gedeelte van het Westerdok aan te wijzen als "hulpmarkt". De aanleiding is de bedrijfsvoering van de firma Gebroeders Heeflang, een brandstoffenhandel. Omdat hun kolenschepen vaak langere tijd moeten wachten voordat zij gelost kunnen worden bij hun gehuurde opslagterrein aan de Westerdokdijk, ontstaat er een juridische en facilitaire behoefte om deze ligplaatsen officieel te reguleren.
Door het wateroppervlak (tot 15 meter uit de wal) aan te wijzen als hulpmarkt van de brandstoffenmarkt, krijgt de situatie een officiële status binnen de marktverordeningen. Dit stelt de gemeente in staat om marktgeld te innen en toezicht te houden, terwijl de firma de zekerheid krijgt dat hun vaartuigen daar mogen liggen.
Het document is opgesteld in de vroege fase van de Duitse bezetting (december 1940), een periode waarin de distributie en opslag van brandstoffen (kolen) van vitaal strategisch belang werd voor de stad. 1. Locatie: Het Westerdok in Amsterdam was (en is) een belangrijk wateroppervlak nabij het Centraal Station. In de jaren '40 was dit een druk industrieel gebied met veel overslag van bulkgoederen zoals kolen.
2. De Firma Heeflang: De Gebroeders Heeflang waren bekende brandstoffenhandelaren in Amsterdam. De kolenhandel was in die tijd essentieel voor de verwarming van woningen en het draaiende houden van de industrie.
3. Bestuurlijke procedure: De term "een besluit van Burgemeester en Wethouders uit te lokken" duidt op de formele weg die bewandeld moet worden om een tijdelijke verordening of aanwijzing van kracht te laten worden.
4. Tijdsbeeld: Hoewel de bezetting al gaande was, bleven de gemeentelijke bureaucratie en de regulering van markten en wateren grotendeels volgens de bestaande Nederlandse wet- en regelgeving functioneren, zoals blijkt uit de ambtelijke toon van dit schrijven. H. Rijvordt H.W. Rijvordt W. Dok Gemeente Amsterdam Marktwezen