Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 22 januari 1941. [Briefhoofd links:]
DIENST
DER PUBLIEKE WERKEN
AMSTERDAM
[Stempels rechtsboven:]
No 21/5/1 [paars]
M. 1941 23/1 [blauw]
AMSTERDAM, 22 Januari 1941.
No. 665 / Doss. 19826 Bs.
[Onderwerp:]
Tydelyke stopzetting verstrating Hugo de Grootkade.
[Geadresseerde:]
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam W.
Hiermede bericht ik U, dat aan het einde van het jaar 1940 door de afdeeling Bestratingen van myn Dienst een aanvang is gemaakt met het verstraten van de Hugo de Grootkade tusschen de Van Reigersbergenstraat en de Fred. Hendrikstraat.
Als gevolg van de weersgesteldheid is de uitvoering dezer werkzaamheden evenwel tydelyk stopgezet. Zoodra echter de weersgesteldheid dit toelaat, zal de verdere uitvoering weder ter hand worden genomen.
In verband met het besluit van Burgemeester en Wethouders dd. 13 December 1940, waarby de Hugo de Grootgracht (noordzyde) tusschen de Van Houweningenstraat en de brug vóór de Fred. Hendrikstraat met ingang van 1 Januari 1941 is aangewezen als tydelyke hulpmarkt van de brandstoffenmarkt, meen ik U van het vorenstaande in kennis te moeten stellen.
MH.
De Directeur P.W.,
acc. m/d door den Dir. get. min.
de Secretaris,
[Handtekening: Van Muyen] 21 Deze brief is een formeel bericht van de Dienst der Publieke Werken (PW) aan de Directeur van het Marktwezen. De kern van de boodschap is tweeledig:
1. Stopzetting werkzaamheden: De herbestrating van de Hugo de Grootkade is wegens de winterse weersomstandigheden gepauzeerd.
2. Logistieke afstemming: Er wordt verwezen naar een besluit van B&W van december 1940 om een deel van de kade/gracht in te richten als "hulpmarkt" voor de brandstoffenmarkt.
Opvallend is het taalgebruik (zoals "verstraten" voor herbestraten en de spelling met "y" in plaats van "ij") dat kenmerkend is voor de vroege 20e-eeuwse ambtelijke taal in Nederland. De handgeschreven aantekeningen in de marge en de stempels duiden op de administratieve verwerking binnen het gemeentelijk apparaat; de brief is kort na verzending (23 januari) binnengekomen bij de ontvangende dienst. Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht louter technisch-administratief lijkt, is de vermelding van de "brandstoffenmarkt" historisch relevant.
De winter van 1940-1941 was streng. Door de oorlogsomstandigheden en de bezetting ontstonden er al vroeg tekorten aan brandstoffen zoals kolen. De overheid moest de distributie strikt reguleren. Het aanwijzen van een "hulpmarkt" aan de Hugo de Grootgracht was een directe reactie op de noodzaak om de brandstofvoorziening voor de Amsterdamse bevolking logistiek te faciliteren. De stopzetting van de wegwerkzaamheden was dus niet alleen een kwestie van bevroren grond, maar zorgde er ook voor dat de schaarse ruimte aan de kade beschikbaar bleef voor de cruciale distributie van brandstof.