Administratieve brief/kennisgeving.
Origineel
Administratieve brief/kennisgeving. 1 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam, referentie D/HG). den Heer A. Mohr, Noorderkerkstraat 16 I, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven handgeschreven:] W. Pfeiffer [?]
[Stempel:] [onleesbaar rond stempel]
D/HG.
den Heer A.Mohr,
Noorderkerkstraat 16 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
21/7/5 M. 1 April 1941.
In aansluiting op den brief van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam d.d. 17 Maart jl. No.54/3 L.M.1941 bericht ik U, dat, na aftrek van de aan U verleende restitutie en kwijtschelding van marktgeld ad ƒ 14,02, door U voor de vaartuigen, waarmede U voor het kalenderjaar 1941 ligplaats aan de brandstoffenmarkt heeft ingenomen, moet betaald worden ƒ 160,98
hiervan werd reeds betaald " 43,75
zoodat U nog moet betalen ƒ 117,23
==========
Ter voldoening van dit bedrag dient U op 1 April en op 1 Juli a.s. ƒ 39,07 en op 1 October a.s. ƒ 39,09 te betalen.
De Directeur, * Onderwerp: De brief betreft de vaststelling en inning van het verschuldigde marktgeld (ligplaatsgeld) voor het jaar 1941 voor vaartuigen die liggen aan de brandstoffenmarkt in Amsterdam.
* Financiële details:
* Het totale verschuldigde bedrag na aftrek van een korting/restitutie van ƒ 14,02 is vastgesteld op ƒ 160,98.
* Er is reeds een aanbetaling gedaan van ƒ 43,75.
* Het restant van ƒ 117,23 moet in drie termijnen worden voldaan: twee termijnen van ƒ 39,07 en een laatste van ƒ 39,09.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling (de "buigings-n" in den brief, den Regeeringscommissaris) en ambtelijke stijl. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (april 1941). De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch relevant: in maart 1941, kort na de Februaristaking, werd de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de burgemeester vervangen door een regeringscommissaris (Edward Voûte), die direct onder het gezag van de bezetter stond.
De brief illustreert de voortgang van de reguliere stedelijke administratie en belastingheffing onder deze nieuwe bestuurlijke verhoudingen. De ontvanger, de heer A. Mohr, was waarschijnlijk een handelaar of schipper in brandstoffen (kolen, hout) die met zijn vaartuigen aan de Amsterdamse kades lag om zijn handel te drijven. De Noorderkerkstraat ligt in de Jordaan, nabij de Prinsengracht waar destijds veel binnenvaartactiviteiten plaatsvonden.
Samenvatting
- Onderwerp: De brief betreft de vaststelling en inning van het verschuldigde marktgeld (ligplaatsgeld) voor het jaar 1941 voor vaartuigen die liggen aan de brandstoffenmarkt in Amsterdam.
- Financiële details:
- Het totale verschuldigde bedrag na aftrek van een korting/restitutie van ƒ 14,02 is vastgesteld op ƒ 160,98.
- Er is reeds een aanbetaling gedaan van ƒ 43,75.
- Het restant van ƒ 117,23 moet in drie termijnen worden voldaan: twee termijnen van ƒ 39,07 en een laatste van ƒ 39,09.
- Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling (de "buigings-n" in den brief, den Regeeringscommissaris) en ambtelijke stijl.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (april 1941). De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch relevant: in maart 1941, kort na de Februaristaking, werd de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de burgemeester vervangen door een regeringscommissaris (Edward Voûte), die direct onder het gezag van de bezetter stond.
De brief illustreert de voortgang van de reguliere stedelijke administratie en belastingheffing onder deze nieuwe bestuurlijke verhoudingen. De ontvanger, de heer A. Mohr, was waarschijnlijk een handelaar of schipper in brandstoffen (kolen, hout) die met zijn vaartuigen aan de Amsterdamse kades lag om zijn handel te drijven. De Noorderkerkstraat ligt in de Jordaan, nabij de Prinsengracht waar destijds veel binnenvaartactiviteiten plaatsvonden.