Ambtsbrief (dienstcorrespondentie).
Origineel
Ambtsbrief (dienstcorrespondentie). 26 mei 1941. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke afdeling, vermoedelijk Marktwezen). Directeur der Publieke Werken, Amsterdam (gevestigd in het Raadhuis). [Handgeschreven in paars potlood:] Verzonden 27/5
[Rechtsboven:] VB/HG.
den Heer Directeur
der Publieke Werken,
Raadhuis,
A l h i e r .
21/11/1 M.
26 Mei 1941.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken op de brand-
stoffenmarkt aan de Nieuwe Achtergracht voor perceel no.22 een meer-
paal te doen aanbrengen.
De Directeur, Het document is een formeel, getypt verzoek binnen de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie. De taal is uiterst beleefd en afstandelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), wat kenmerkend is voor de officiële correspondentie uit die tijd.
Het verzoek betreft een infrastructurele aanpassing (het slaan van een meerpaal) ten behoeve van de brandstoffenmarkt aan de Nieuwe Achtergracht. Dergelijke markten waren essentieel voor de bevoorrading van de stad; brandstoffen zoals turf en kolen werden per schip aangevoerd en aan de kade verhandeld. Een meerpaal bij een specifiek perceel (no. 22) suggereert een behoefte aan betere aanlegfaciliteiten voor de schuiten op dat specifieke punt.
Opmerkelijk is de handgeschreven aantekening "Verzonden 27/5", wat aantoont dat de brief de dag na de dagtekening daadwerkelijk is verstuurd. De datum van de brief, 26 mei 1941, plaatst het document in het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale administratieve kwestie lijkt, weerspiegelt het de voortgang van het dagelijks bestuur en de handhaving van de stedelijke logistiek onder moeilijke omstandigheden.
De brandstoffenmarkt aan de Nieuwe Achtergracht was in deze periode van cruciaal belang. Vanwege de oorlogssituatie was er een groeiende schaarste aan brandstoffen, die streng gerantsoeneerd waren. De Nieuwe Achtergracht ligt bovendien in de Plantagebuurt, die destijds onderdeel was van de door de bezetter aangewezen 'Joodse wijk'. Hoewel dit document daar niet direct naar verwijst, is het een tastbaar overblijfsel van de gemeentelijke werkzaamheden in een beladen gebied en tijdvak. De term "Alhier" in de adressering geeft aan dat zowel de zender als de ontvanger zich in dezelfde stad (Amsterdam) bevonden.
Samenvatting
Het document is een formeel, getypt verzoek binnen de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie. De taal is uiterst beleefd en afstandelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), wat kenmerkend is voor de officiële correspondentie uit die tijd.
Het verzoek betreft een infrastructurele aanpassing (het slaan van een meerpaal) ten behoeve van de brandstoffenmarkt aan de Nieuwe Achtergracht. Dergelijke markten waren essentieel voor de bevoorrading van de stad; brandstoffen zoals turf en kolen werden per schip aangevoerd en aan de kade verhandeld. Een meerpaal bij een specifiek perceel (no. 22) suggereert een behoefte aan betere aanlegfaciliteiten voor de schuiten op dat specifieke punt.
Opmerkelijk is de handgeschreven aantekening "Verzonden 27/5", wat aantoont dat de brief de dag na de dagtekening daadwerkelijk is verstuurd.
Historische Context
De datum van de brief, 26 mei 1941, plaatst het document in het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale administratieve kwestie lijkt, weerspiegelt het de voortgang van het dagelijks bestuur en de handhaving van de stedelijke logistiek onder moeilijke omstandigheden.
De brandstoffenmarkt aan de Nieuwe Achtergracht was in deze periode van cruciaal belang. Vanwege de oorlogssituatie was er een groeiende schaarste aan brandstoffen, die streng gerantsoeneerd waren. De Nieuwe Achtergracht ligt bovendien in de Plantagebuurt, die destijds onderdeel was van de door de bezetter aangewezen 'Joodse wijk'. Hoewel dit document daar niet direct naar verwijst, is het een tastbaar overblijfsel van de gemeentelijke werkzaamheden in een beladen gebied en tijdvak. De term "Alhier" in de adressering geeft aan dat zowel de zender als de ontvanger zich in dezelfde stad (Amsterdam) bevonden.