Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 29 januari 1943. Der Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete, Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam (Wirtschaftsreferent). Direktion des Centrale Markt, Amsterdam. [Briefhoofd]
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM
Ref. Wi. AMSTERDAM, den 29.Januar 1943.
No. 20/2/1 M. 1943 3/2 An die
Direktion des Centrale Markt
A m s t e r d a m
------------------------
Betr.: Standort auf einem arischen Markt.
Die in Mischehe mit dem Juden Klok lebende
Arierin Frau B.Klok v.d.Waals, Amsterdam, Hoogte Kadijk 167 I
hat an meine Dienststelle den Antrag um Zulassung auf einem
arischen Markt nachgesucht. Da sich der Jude zur Zeit in Haft
befindet, bin ich grundsätzlich damit einverstanden, dass der
Frau B.Klok v.d.Waals ein Standort auf einem arischen Markt
angewiesen wird, damit die Frau niet der Volkswohlfahrt zur
Last zu fallen braucht. Die Frau Klok v.d.Waals ist jedoch
gehalten, bei eventueller Rückkehr ihres jüdischen Ehemannes
den Standort sofort wieder zu Ihrer Verfügung zu stellen.
Im Auftrag
[Handtekening: A. Gombault]
(A.Gombault)
Wirtschaftsreferent
[Handgeschreven toevoegingen:]
* Rode inkt bovenaan: Spoed!
* Blauwe/paarse inkt rechts: Diverse initialen en parafen (o.a. mr. Die...)
* Rechtsonder: 20 In dit document verleent de economische afdeling van de Duitse Beauftragte in Amsterdam toestemming aan een vrouw, B. Klok-van der Waals, om een staanplaats te bemachtigen op een zogenaamde "arische markt".
De tekst is doordrenkt van de nationaalsocialistische rassenideologie:
1. Status van de aanvrager: De vrouw wordt expliciet aangeduid als "Arische", maar haar echtgenoot als "de Jood Klok". Zij leven in wat de nazi's een Mischehe (gemengd huwelijk) noemden.
2. Motivatie: De toestemming wordt gegeven omdat haar man "in Haft" (in gevangenschap) zit. De Duitse autoriteiten willen voorkomen dat de vrouw een beroep moet doen op de bijstand (Volkswohlfahrt), wat de bezetter geld zou kosten.
3. Voorwaardelijkheid: Er wordt een zeer strikte voorwaarde gesteld: mocht haar Joodse echtgenoot terugkeren, dan moet zij haar staanplaats onmiddellijk inleveren. Dit illustreert hoe de rechten van niet-Joodse partners in gemengde huwelijken direct gekoppeld waren aan de af- of aanwezigheid van hun Joodse partner binnen het huishouden. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden Joden stelselmatig uit het openbare en economische leven geweerd. Vanaf 1941 werden markten gescheiden in "arische" markten en markten voor Joden. Joodse kooplieden mochten alleen nog op speciaal aangewezen markten staan.
Voor niet-Joodse vrouwen die getrouwd waren met een Joodse man (zoals in dit document) golden complexe regels. Zolang de Joodse man aanwezig was, werd het huishouden vaak als "Joods" bestempeld, wat leidde tot economische uitsluiting. In dit specifieke geval, waarbij de man gedetineerd was (mogelijk in kamp Westerbork of een gevangenis), kreeg de vrouw tijdelijk dispensatie om te werken om te voorkomen dat zij een financiële last voor de staat zou worden.
De adresvermelding "Hoogte Kadijk 167 I" plaatst de aanvrager in de buurt van de Amsterdamse Plantagebuurt, een wijk met destijds een grote Joodse populatie. De handgeschreven aantekening "Spoed!" duidt op de urgente financiële nood waarin de vrouw waarschijnlijk verkeerde door de arrestatie van haar echtgenoot. A. Gombault B. Klok