Proces-verbaal van verhoor (Politie Amsterdam).
Origineel
Proces-verbaal van verhoor (Politie Amsterdam). 23 juni 1943. PRO JUSTITIA
Politie te Amsterdam
4de District.
No. 83/25
Onderwerp:
Verhoor van den verdachte
-1- PROCES-VERBAAL.
In verband met bijgaand proces-verbaal van aanhouding van JOHANNES DRENTH, geboren te Landsmeer, den 18den Augustus 1929, scholier, woont Van Bossestraat No.16 één hoog alhier, verdacht van diefstal, c.q. mede-plichtig daaraan, c.q. opzettelijke heling van groentekisten op het terrein van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat alhier op den 23sten Juni 1943 en inbeslagname van een deel van het gestolene en terug gave daarvan aan den eigenaar-aangever, hoorde ik, JACOB PIETER NICOLAAS BOON, ambtenaar van het Marktwezen alhier, tevens onbezoldigd veldwachter der gemeente Amsterdam, wonende Admiraal de Ruyterweg no.362 huis alhier, den verdachte, die opgeeft te zijn JOHANNES DRENTH, geboren te Landsmeer, den 18den Augustus 1929, zoon van JAN DRENTH en van GEERTJE KALF, woont Van Bossestraat no.16 één hoog alhier, en het navolgende verklaarde:
"Ik ben Nederlander en geen Jood.
In den voormiddag van Woensdag, den 23sten Juni 1943, te ongeveer 8 uur, ben ik van huis gegaan met de bedoeling om op het terrein van de Markthallen aan de Jan van Galenstraat alhier aardbeien te stelen. Ik ben toen met een vrachtauto meegereden naar die markt en heb ik mij onder het dekzeil van die auto verstopt.
Ik wist namelijk, dat ik anders niet op dat terrein zou worden toegelaten. Eenmaal op dat terrein gekomen ontmoette ik een mij van aanzien bekenden jongen. Ik weet niet hoe hij heet en ook niet waar hij woont. Hij vroeg mij of ik geld noodig had en ik antwoordde daarop bevestigend. Ook deelde hij mij mede, dat hij even te voren van dat terrein een kar met 19 kisten had gestolen en wees mij een kar aan, waar nog 8 kisten op lagen. Het waren ledige kisten. Reeds zou hij 11 van dat aantal kisten hebben verkocht. Bovendien gaf hij mij f 16,- en vermoedde ik, dat dit geld was van de opbrengst van de reeds door hem verkochte kisten. Nadat ik de kar met 8 kisten in mijn bezit had genomen met de bedoeling die kisten ook op dat terrein te verkopen, ging hij weg en nadien heb ik hem niet weer gezien.
Reeds stond ik bij de plaats, waar ik de kisten zou kunnen en willen verkoopen, toen ik werd aangehouden en naar een lokaal werd gebracht op dat terrein. Ik had toen een bedrag van f 29,50 bij mij in een papieren portefeuille en tijdens het vertoeven in dat lokaal heb ik die portefeuille met geld achter de verwarming laten glijden. Van wie die kisten waren weet ik niet. Ik erken, dat ik wist, dat die kisten van diefstal afkomstig waren en ook het bedrag van f 16,-, dat ik van dien jongen heb gekregen. Ik vermoed, dat hij mij dat geld gaf om mij te doen zwijgen. Ik erken, dat ik mij in deze aan opzettelijke heling heb schuldig gemaakt. Dat ik dat geld achter die verwarming in dat lokaal deed vallen deed ik, omdat ik bang was, dat er geld op mij zou worden gevonden door de politie. Dit document is een getypte verklaring van de 13-jarige Johannes Drenth, die door de Amsterdamse politie werd verhoord wegens diefstal en heling. De jongen bekent dat hij zich op het terrein van de Centrale Markthallen had gesmokkeld (onder een vrachtwagenzeil) om aardbeien te stelen. Daar ontmoette hij een onbekende jongen die hem een kar met gestolen lege groentekisten en 16 gulden gaf. Johannes werd gepakt terwijl hij de kisten probeerde te verkopen. Opvallend is zijn poging om zijn portefeuille met 29,50 gulden weg te maken door deze achter een radiator te laten glijden tijdens zijn aanhouding. Het document dateert uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De zin "Ik ben Nederlander en geen Jood" is kenmerkend voor deze periode. De Duitse bezetter stelde strikte regels op waarbij de afkomst van een verdachte bepalend kon zijn voor de rechtsgang; Joodse verdachten werden vaak direct overgedragen aan de Sicherheitspolizei of anderszins zwaarder gestraft.
De diefstal van voedsel (aardbeien) en goederen (kisten) door jongeren was in 1943 veelvoorkomend vanwege de toenemende schaarste en armoede. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren in die tijd het centrale distributiepunt voor groente en fruit voor de hele stad en werden daarom streng bewaakt. Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie Sicherheitspolizei