Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 37
Dossier 106
Jaar 1943
Stadsarchief

Officieel rapport van de Centrale Markt Amsterdam.

12 juli 1943 (betreft gebeurtenissen op 8 en 10 juli 1943).

Origineel

Officieel rapport van de Centrale Markt Amsterdam. 12 juli 1943 (betreft gebeurtenissen op 8 en 10 juli 1943). No. 77/29/1 M. 1943 [Handgeschreven:] Heeft kaart van ons gehad. Maf ons stamblad bijgevoegd 15/7-’43 [Paraaf]

R A P P O R T .

Zaterdag 10 Juli 1943, omstreeks 8 uur v.m. werd door controleur Smit, een jongen op het kaartenkantoor gebracht, die volgens mededeeling van P.F de Vetter, personeel van G van Smeerdijk, Donderdag 8 Juli 1943 geprobeerd had bij Vetter kistenbonnen in te leveren, die volgens hem afkomstig waren van zijn patroon genaamd van der Wende. Aangezien Vetter deze zaak niet vertrouwde, heeft hij de bonnen in ontvangst genomen en tegen de jongen gezegd dat zijn patroon zelf het geld moest komen halen. Volgens Vetter wist van der Wende nergens vanaf, reden waarom Vetter de bonnen op het kaartenkantoor gedeponeerd heeft en verzocht heeft een nader onderzoek in te stellen. Desgevraagd gaf de jongen op genaamd te zijn: Jacobus Wiesener, geboren 8 April 1926 te Amsterdam, zonder beroep en wonende van Hogendorpstraat 225 huis te Amsterdam, hij verklaarde als volgt: "Ik word er van beschuldigd, dat ik geprobeerd heb, Donderdag 8 Juli 1943, aan de stal van de firma van Smeerdijk kistenbonnen op naam van van der Wende in te leveren, dit is echter niet waar. Ik ben in het geheel niet op de Centrale Markt geweest en hoe die man er bij komt om mij te beschuldigen is mij een raadsel. Ik ben destijds als personeel werkzaam geweest bij van der Wende, doch sinds eenigen tijd werkzaam op een nagellak fabriek van de firma Manuel, Rapenburger 73 alhier. Hoe die man (Vetter) er bij komt om te zegge dat ik bij hem ben geweest om kistenbonnen te verzilveren is mij onbegrijpelijk."

Verder kan ik u niets mededeelen. Bij onderzoek aan de kleeding vond ik rapporteur eenige briefjes, die volgens mij bezwarend voor hem waren. Deze briefjes waren Woensdag 7 Juli aan hem afgegeven door Vetter, wat later is gebleken. Toen geen ontkennen meer mogelijk was verklaarde Wiesener als volgt: "In de loop van de week heb ik van een jongen genaamd Monker, die als personeel werkzaam is geweest bij grossier C. de Jong, een stel kistenbonnen gehad. De bedoeling was dat ik de bonnen op naam van van der Wende bij van Smeerdijk zou inleveren en het geld wat ik zou ontvangen zouden wij deelen. In totaal heb ik van hem 8 bonnen van f 2.- en 5 van f 1.50 van hem gekregen. Hoe deze jongen aan de bonnen gekomen is weet ik niet, doch ik vermoed dat hij ze gestolen heeft."

Toen ik bij C. de Jong kwam om Monker te halen, werd mij door Pieterman medegedeeld, dat deze jongen begin van de week ontslagen was, daar er geconstateerd was, dat hij niet eerlijk was, en zich vermoedelijk had schuldig gemaakt aan bonnen diefstal. Bij onderzoek is mij rapporteur gebleken dat voornoemde Monker inderdaad bij de Jong werkzaam is geweest en van deze week na zijn ontslag bij de Jong, zich vrijwillig als Hulparbeider naar Duitschland heeft begeven. Tevens is mij nog gebleken dat Wiesener zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een kist bloemkool. Deze kist bloemkool had hij gestolen bij G van Smeerdijk, pier F 24, en deze heeft hij verkocht aan zijn moeder voor f 2.50, voorgevende dat hij deze kist bloemkool voor die prijs gekocht had. De kist is door mij rapporteur bij hem thuis inbeslag genomen. Van Smeerdijk doet aangifte. Daar er geen eigenaar van de bonnen is, zullen deze door mij bij de kisten centrale worden ingeleverd en het geld zal door mij in de kas van het Marktwezen gedeponeerd worden.

Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
[Paraaf]

Amsterdam 12 Juli 1943
de controleur,
[Handtekening: J.P.M. Boon]

[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
Jac. Wiesener geen toegang meer tot C.M.
Provisorische kaart aanleggen kaartenkantoor [paraaf] 21/7 '43
Dit rapport documenteert een geval van kleinschalige fraude en diefstal op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 17-jarige Jacobus Wiesener probeerde gestolen of vervalste "kistenbonnen" (statiegeldbonnen voor transportkisten) te verzilveren. Nadat hij aanvankelijk ontkende, bekende hij nadat er bewijsstukken in zijn kleding werden gevonden. Hij wees een zekere Monker aan als de bron van de bonnen. Daarnaast bleek Wiesener een kist bloemkool te hebben gestolen en aan zijn eigen moeder te hebben verkocht.

De administratieve afhandeling is duidelijk: de jongen krijgt een ontzegging voor de markt ("geen toegang meer tot C.M.") en er wordt een dossier ("provisorische kaart") over hem aangelegd bij het kaartenkantoor. Het document stamt uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context van schaarste en distributie is voelbaar; kistenbonnen vertegenwoordigden een tastbare waarde in een tijd waarin goederen en geld streng gecontroleerd werden.

Een opvallend detail in de tekst is de vermelding dat de medeplichtige, Monker, "zich vrijwillig als Hulparbeider naar Duitschland heeft begeven." Dit verwijst naar de Arbeiteinsatz. Veel jonge mannen vertrokken naar Duitsland om te werken, soms gedwongen, soms "vrijwillig" om aan strafvervolging of armoede te ontkomen. In dit specifieke geval lijkt Monker de benen te hebben genomen nadat zijn diefstal bij zijn werkgever (C. de Jong) werd ontdekt. De Centrale Markt was in die tijd het kloppende hart van de voedselvoorziening in Amsterdam en stond onder streng toezicht van controleurs.

Samenvatting

Dit rapport documenteert een geval van kleinschalige fraude en diefstal op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 17-jarige Jacobus Wiesener probeerde gestolen of vervalste "kistenbonnen" (statiegeldbonnen voor transportkisten) te verzilveren. Nadat hij aanvankelijk ontkende, bekende hij nadat er bewijsstukken in zijn kleding werden gevonden. Hij wees een zekere Monker aan als de bron van de bonnen. Daarnaast bleek Wiesener een kist bloemkool te hebben gestolen en aan zijn eigen moeder te hebben verkocht.

De administratieve afhandeling is duidelijk: de jongen krijgt een ontzegging voor de markt ("geen toegang meer tot C.M.") en er wordt een dossier ("provisorische kaart") over hem aangelegd bij het kaartenkantoor.

Historische Context

Het document stamt uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context van schaarste en distributie is voelbaar; kistenbonnen vertegenwoordigden een tastbare waarde in een tijd waarin goederen en geld streng gecontroleerd werden.

Een opvallend detail in de tekst is de vermelding dat de medeplichtige, Monker, "zich vrijwillig als Hulparbeider naar Duitschland heeft begeven." Dit verwijst naar de Arbeiteinsatz. Veel jonge mannen vertrokken naar Duitsland om te werken, soms gedwongen, soms "vrijwillig" om aan strafvervolging of armoede te ontkomen. In dit specifieke geval lijkt Monker de benen te hebben genomen nadat zijn diefstal bij zijn werkgever (C. de Jong) werd ontdekt. De Centrale Markt was in die tijd het kloppende hart van de voedselvoorziening in Amsterdam en stond onder streng toezicht van controleurs.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 43

Amerika 10.800.- P'end. 200 - Gelderl 18.100 - Westl. 100 - Utrecht 1.900.- [bovenliggend: Limburg 5.400]
Gelderl 2700. Amerika 41.000.
H.J.J.Lazenschütz
H.J.L.Gastagé
Jamaica 900 - Santos 800
J.Fraan
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5