Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 303
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of stencil).

7 januari 1944. Van: De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (doorslag of stencil). 7 januari 1944. De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam. extra

SV

77/88/2'43 M.

7 Januari 1944.

Den Heer P.C.Spijker
Govert Flinckstraat 194
Amsterdam-Zuid.
==========

Mij is gerapporteerd, dat U zich
op 23 December 1943 op de Centrale Markt
hebt schuldig gemaakt aan hulpverleening
bij diefstal van een driewielige bakfiets
door Uw broer A.Spijker. Op grond van
dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel
35 van het Reglement op de Centrale
Markt, den toegang tot die markt voor
den tijd van 14 dagen, namelijk van Maan-
dag 10 tot en met Zondag 23 Januari
1944, terwijl aan den Burgemeester de
vraag zal worden voorgelegd of U voor
langeren tijd moet worden uitgesloten.

De Directeur, Deze brief is een formeel disciplinair schrijven van de directie van de Amsterdamse Centrale Markt. De ontvanger, P.C. Spijker, wordt gestraft voor "hulpverleening" bij de diefstal van een driewielige bakfiets die door zijn broer (A. Spijker) op 23 december 1943 werd gepleegd.

De sanctie is tweeledig:
1. Directe schorsing: Een toegangsverbod van 14 dagen (van 10 tot en met 23 januari 1944) op basis van artikel 35 van het marktreglement.
2. Mogelijke verlenging: Er wordt een verzoek ingediend bij de Burgemeester om te bepalen of een langdurige of permanente uitsluiting noodzakelijk is.

De taal is zakelijk, autoritair en juridisch van aard, typerend voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De spelling ("hulpverleening", "langeren") is conform de toen geldende spelling-Marchant. Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog (januari 1944), tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was in die tijd een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening en distributie, die door de oorlogsschaarste en distributiebonnen streng gereguleerd was.

Diefstal van transportmiddelen zoals een bakfiets was in deze periode een ernstig vergrijp, aangezien dergelijke middelen essentieel waren voor de handel en logistiek in een stad waar brandstof voor gemotoriseerd vervoer nagenoeg ontbrak.

De betrokkenheid van de Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) bij de beslissing over een langdurig toegangsverbod onderstreept het belang van de ordehandhaving op de marktplaatsen, die essentieel waren voor de rust in de stad. Het ontzeggen van de toegang tot de markt kon voor handelaren of werklieden betekenen dat zij hun bron van inkomsten of toegang tot goederen volledig verloren.

Samenvatting

Deze brief is een formeel disciplinair schrijven van de directie van de Amsterdamse Centrale Markt. De ontvanger, P.C. Spijker, wordt gestraft voor "hulpverleening" bij de diefstal van een driewielige bakfiets die door zijn broer (A. Spijker) op 23 december 1943 werd gepleegd.

De sanctie is tweeledig:
1. Directe schorsing: Een toegangsverbod van 14 dagen (van 10 tot en met 23 januari 1944) op basis van artikel 35 van het marktreglement.
2. Mogelijke verlenging: Er wordt een verzoek ingediend bij de Burgemeester om te bepalen of een langdurige of permanente uitsluiting noodzakelijk is.

De taal is zakelijk, autoritair en juridisch van aard, typerend voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De spelling ("hulpverleening", "langeren") is conform de toen geldende spelling-Marchant.

Historische Context

Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog (januari 1944), tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was in die tijd een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening en distributie, die door de oorlogsschaarste en distributiebonnen streng gereguleerd was.

Diefstal van transportmiddelen zoals een bakfiets was in deze periode een ernstig vergrijp, aangezien dergelijke middelen essentieel waren voor de handel en logistiek in een stad waar brandstof voor gemotoriseerd vervoer nagenoeg ontbrak.

De betrokkenheid van de Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde Edward Voûte) bij de beslissing over een langdurig toegangsverbod onderstreept het belang van de ordehandhaving op de marktplaatsen, die essentieel waren voor de rust in de stad. Het ontzeggen van de toegang tot de markt kon voor handelaren of werklieden betekenen dat zij hun bron van inkomsten of toegang tot goederen volledig verloren.

Kooplieden in dit dossier 43

Amerika 10.800.- P'end. 200 - Gelderl 18.100 - Westl. 100 - Utrecht 1.900.- [bovenliggend: Limburg 5.400]
Gelderl 2700. Amerika 41.000.
H.J.J.Lazenschütz
H.J.L.Gastagé
Jamaica 900 - Santos 800
J.Fraan
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5