Handgeschreven ambtelijke notitie of kladbrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of kladbrief. [Rechtsboven:]
A’dam, 4/3 1943
W. h. M.
[Linksboven in rood potlood:]
85/1/4
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending
van het met Uw nevensg.
brief d.d. 15 Febr. jl. ter
verdere behandeling ontvan-
gen stuk no. 125-Z.M. 43
heb ik de eer U te berichten,
dat een aan F. Wayeret
verleende kraamvergunning
op 2 Febr. jl. wegens wan-
betaling door den Burg. werd
ingetrokken.
Wayeret wil thans f 25.-
vooruitstorten en zal alsdan
zorgdragen, dat dit bedrag
steeds bij mijn dienst als
depôt aanwezig is. Aangenomen
kan worden, dat het gebeurde
voor Wayeret een ernstige
les is geweest. Mijnerzijds
bestaat derhalve geen bezwaar
dat ^hij^ nog voor één keer * Onderwerp: De correspondentie handelt over de intrekking van een marktvergunning (kraamvergunning) van een zekere F. Wayeret. De reden voor de intrekking op 2 februari 1943 was "wanbetaling".
* Voorgestelde oplossing: De betrokkene (Wayeret) stelt voor om een borgsom van 25 gulden te storten als "depôt" bij de betreffende gemeentelijke dienst om toekomstige betalingen te garanderen.
* Houding van de ambtenaar: De toon van de brief is ambtelijk en pragmatisch. De schrijver is van mening dat de maatregel effect heeft gehad ("ernstige les") en adviseert om Wayeret nog een kans te gunnen.
* Taaleigen: Het document gebruikt typische administratieve afkortingen van die tijd, zoals "jl." (jongstleden), "d.d." (de dato) en "nevensg." (nevensgaande). Het woord "den Burg." verwijst naar de Burgemeester. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (maart 1943). In deze periode stond Amsterdam onder het bewind van de door de bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte. Het Nederlandse ambtenarenapparaat bleef tijdens de bezetting grotendeels intact en hield zich bezig met de dagelijkse administratie, waaronder het marktwezen. Voor marktkooplieden was het behoud van hun kraamvergunning van cruciaal belang voor hun levensonderhoud in een tijd van toenemende schaarste en economische druk. Het genoemde bedrag van 25 gulden was in 1943 een substantiële som geld voor een kleine zelfstandige. De rode potloodmarkering "85/1/4" suggereert dat dit stuk onderdeel uitmaakt van een groter geordend archiefdossier.