Getypte doorslag van een officiële brief (aanmaning) met handgeschreven annotaties.
Origineel
Getypte doorslag van een officiële brief (aanmaning) met handgeschreven annotaties. 22 januari 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). (Handgeschreven tekst is cursief weergegeven)
[Rechtsboven, handgeschreven met potlood:]
H Muller
Bijman
BY
[Linksboven:]
85/2/1 M.
[Rechtsboven:]
22 Januari 1943.
Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 25 Januari j.l. terzake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een bedrag van f. aan mijn dienst verschuldigd was.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn dienst bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen de U verleende vergunning in te trekken.
De Directeur,
gezonden aan:
[Handgeschreven kantlijnnotities links:]
20/1 Bet per Giro 10.--
26/1 Betaald per Ka. po. --
26/1 " " Giro 15.--
27/1 " " Ka. po.--
[Lijst met geadresseerden en bedragen:]
A.B. Adriaanse, Recht Boomssloot 79 F. 4,64
A.J. Rogen, Lindengracht 256 F. 4.73
S. Schelvisch, Waterlooplein 56 F. 6.02
-> M. Vos, Bonairestraat 103'' F. 2,27 Het betreft een standaard aanmaning gericht aan vier verschillende marktkooplieden in Amsterdam. De tekst bevat een administratieve inconsistentie: er wordt gesproken over een schuld van "25 Januari j.l." terwijl de brief op 22 januari is gedateerd. Gezien de handgeschreven data in de kantlijn (variërend van 20 tot 27 januari) lijkt het te gaan om een doorlopende administratie van openstaande posten. De brief hanteert een dwingende toon; de sanctie op niet-betaling is de voordracht tot intrekking van de marktvergunning. De handgeschreven aantekeningen links suggereren dat de bedragen kort na het versturen van de brief alsnog zijn voldaan (via Giro of aan het kantoor/Ka. po.). De datum, januari 1943, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde locaties zijn iconische Amsterdamse markten of straten in de nabijheid daarvan. Bijzonder wrang is de vermelding van "S. Schelvisch" op het Waterlooplein 56. Het Waterlooplein was het centrum van de Joodse markt; in januari 1943 waren de deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam in volle gang. Terwijl de grootschalige vervolging plaatsvond, ging de gemeentelijke bureaucratie door met het tot op de cent nauwkeurig invorderen van marktgeld (zoals de F. 6.02 van Schelvisch), waarbij de economische bestaansgrond van de koopman (de vergunning) als drukmiddel werd gebruikt.