Handgeschreven memo/notitie op een archiefkaart.
Origineel
Handgeschreven memo/notitie op een archiefkaart. 29 augustus 1943. Prins telefonisch doorgegeven
geen stallen van Abrams meer
toe te laten.
Aangezien Abrams klaarblijkelijk
naar Duitschland is, dient mij
voorgesteld te worden om de
vergunning in te trekken.
[Linksonder stempel in blauw:] Th. Müller
[Midden:] acc 29-8-'43 [handtekening: de Haan]
[Rechtsonder:] [onleesbare handtekening] 29/8 '43 Het document is een korte ambtelijke instructie uit de Tweede Wereldoorlog. De kern van de boodschap is dat een zekere "Abrams" niet langer gebruik mag maken van zijn "stallen" (waarschijnlijk marktplaatsen of opslagruimten). De reden die wordt opgegeven is dat hij "klaarblijkelijk naar Duitschland is".
De tekst is zakelijk en procedureel van aard: er wordt opdracht gegeven om een formeel voorstel in te dienen om de vergunning officieel in te trekken. Het gebruik van de naam "Abrams" in combinatie met de datum (1943) en de melding van vertrek naar Duitsland wijst zeer sterk op de vervolging van Joodse burgers tijdens de bezetting. Dit document moet worden gezien in de context van de uitsluiting van Joden uit het economische en openbare leven in Nederland tijdens de Duitse bezetting.
- Deportatie: De formulering "naar Duitschland is" was in 1943 vaak een ambtelijk eufemisme voor deportatie naar de concentratie- of vernietigingskampen. Ambtenaren gebruikten deze status om lopende vergunningen en bezittingen van weggevoerde Joden te liquideren of in te trekken.
- Economische uitsluiting: Het intrekken van de vergunning voor "stallen" duidt op het onmogelijk maken van beroepsuitoefening (bijvoorbeeld als marktkoopman).
- Administratieve afhandeling: De parafen en de datum (29-8-43) laten zien hoe efficiënt de bureaucratie werkte bij het verwerken van de gevolgen van de deportaties. De stempel van "Th. Müller" en de handtekeningen duiden op een gemeentelijke of gewestelijke instantie die toezicht hield op markten of handel.