Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 366
Dossier 29
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtsbrief / memorandum.

18 februari 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen).

Origineel

Ambtsbrief / memorandum. 18 februari 1943. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen). [Handgeschreven paraaf rechtsboven]
HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

85/6/1 M. 18 Februari 1943.

Intrekking kramen-
vergunning ten name van
S.Abram.


Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat S.Abram,
Joden Houttuinen 42 a, alhier, wien op 29 November 1938 on-
der no.811 L.M.'38 vergunning is verleend voor het plaatsen
van kramen op de markt Waterlooplein, zich, volgens ontvan-
gen mededeeling, in Duitschland bevindt.
Op grond hiervan verzoek ik U beleefd wel te willen be-
vorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester de op hem be-
trekking hebbende beschikking wordt ingetrokken.

De Directeur, Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

  • Eufemistisch taalgebruik: De zinsnede "zich [...] in Duitschland bevindt" is een ambtelijk eufemisme voor deportatie. In februari 1943 waren de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers naar concentratie- en vernietigingskampen in volle gang.
  • Bureaucratic proces: De brief toont hoe de gemeentelijke administratie nauwgezet de uitsluiting van Joden uit het economische leven formaliseerde. Zodra iemand "vertrokken" (gedeporteerd) was, werden vergunningen direct ingetrokken om de Joodse aanwezigheid op de markt definitief te beëindigen.
  • Lokale details: De genoemde locatie, Joden Houttuinen 42 a, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt op het Waterlooplein was historisch gezien een centrale plek voor Joodse kooplieden. In 1943 was de Holocaust in Nederland in een vergevorderd stadium. Joden waren al grotendeels uit het openbare leven verbannen door een reeks anti-Joodse maatregelen (Ariërisering).

Het intrekken van marktvergunningen was een onderdeel van de systematische onteigening en uitsluiting. De Amsterdamse ambtenarij bleef tijdens de bezetting grotendeels functioneren en voerde de verordeningen van de bezetter uit, wat leidde tot dit soort kille, administratieve vastleggingen van menselijke tragedies. De persoon in kwestie, S. Abram, was hoogstwaarschijnlijk al gedeporteerd naar kamp Westerbork of direct naar een vernietigingskamp in het oosten toen deze brief werd getikt.

Samenvatting

Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

  • Eufemistisch taalgebruik: De zinsnede "zich [...] in Duitschland bevindt" is een ambtelijk eufemisme voor deportatie. In februari 1943 waren de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers naar concentratie- en vernietigingskampen in volle gang.
  • Bureaucratic proces: De brief toont hoe de gemeentelijke administratie nauwgezet de uitsluiting van Joden uit het economische leven formaliseerde. Zodra iemand "vertrokken" (gedeporteerd) was, werden vergunningen direct ingetrokken om de Joodse aanwezigheid op de markt definitief te beëindigen.
  • Lokale details: De genoemde locatie, Joden Houttuinen 42 a, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt op het Waterlooplein was historisch gezien een centrale plek voor Joodse kooplieden.

Historische Context

In 1943 was de Holocaust in Nederland in een vergevorderd stadium. Joden waren al grotendeels uit het openbare leven verbannen door een reeks anti-Joodse maatregelen (Ariërisering).

Het intrekken van marktvergunningen was een onderdeel van de systematische onteigening en uitsluiting. De Amsterdamse ambtenarij bleef tijdens de bezetting grotendeels functioneren en voerde de verordeningen van de bezetter uit, wat leidde tot dit soort kille, administratieve vastleggingen van menselijke tragedies. De persoon in kwestie, S. Abram, was hoogstwaarschijnlijk al gedeporteerd naar kamp Westerbork of direct naar een vernietigingskamp in het oosten toen deze brief werd getikt.

Kooplieden in dit dossier 43

Amerika 10.800.- P'end. 200 - Gelderl 18.100 - Westl. 100 - Utrecht 1.900.- [bovenliggend: Limburg 5.400]
Gelderl 2700. Amerika 41.000.
H.J.J.Lazenschütz
H.J.L.Gastagé
Jamaica 900 - Santos 800
J.Fraan
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5