Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 365
Dossier 29
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke brief/notitie.

12 februari 1943. Van: De Directeur (van een gemeentelijke dienst, waarschijnlijk Marktwesen). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtelijke brief/notitie. 12 februari 1943. De Directeur (van een gemeentelijke dienst, waarschijnlijk Marktwesen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven potlood:] Extra
[Handgeschreven rood krijt:] litter B
[Handgeschreven potlood, doorgehaald met rood:] Amyth(?)
[Getypt:] HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

85/6/1 M. 12 Februari 1943.

Intrekking kramen-
vergunning ten name van
S.Abram.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat S.Abram, Joden Houttuinen 42 a, alhier, wien op 29 November 1938 onder no.811 L.M.'38 vergunning is verleend voor het plaatsen van kramen op de markt Waterlooplein, zich, volgens ontvangen mededeeling, in Duitschland bevindt.
Op grond hiervan verzoek ik U beleefd wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester de op hem betrekking hebbende beschikking wordt ingetrokken.

De Directeur, Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de wethouder om de marktvergunning van een Joodse burger, S. Abram, in te trekken.

De reden die wordt opgegeven is dat de betrokkene "zich, volgens ontvangen mededeeling, in Duitschland bevindt." In de context van februari 1943 is dit een eufemisme voor deportatie naar een concentratie- of vernietigingskamp. De ambtelijke molen draaide onverstoorbaar door: zodra een Joodse ondernemer was weggevoerd, werden zijn resterende rechten en vergunningen officieel ingetrokken om de weg vrij te maken voor "arisering" of simpelweg om de administratie te zuiveren van Joodse namen. De toon is uiterst zakelijk en beleefd ("heb ik de eer", "verzoek ik U beleefd"), wat schril contrasteert met de tragische realiteit achter de woorden. In 1943 bereikte de deportatie van de Joodse bevolking uit Nederland een macaber hoogtepunt. Amsterdam, en specifiek de Jodenbuurt rond de Joden Houttuinen en het Waterlooplein, werd systematisch leeggehaald. Het Waterlooplein was van oudsher een centrum van Joodse handel en marktactiviteiten.

De bezetter vaardigde talloze verordeningen uit om Joden uit het economische leven te bannen. De Amsterdamse gemeentelijke administratie, onder leiding van de door de Duitsers aangestelde burgemeester Edward Voûte, werkte hieraan mee door vergunningen in te trekken en bezittingen te registreren. S. Abram (mogelijk Salomon Abram, een bekende naam in die buurt) was een van de vele marktkooplieden die op deze wijze niet alleen hun vrijheid en leven, maar ook hun officiële bestaansrecht in de stad verloren. De vermelding "in Duitschland" betekende in de meeste gevallen dat de persoon via kamp Westerbork naar het oosten was gestuurd. S. Abram Puls

Samenvatting

Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de wethouder om de marktvergunning van een Joodse burger, S. Abram, in te trekken.

De reden die wordt opgegeven is dat de betrokkene "zich, volgens ontvangen mededeeling, in Duitschland bevindt." In de context van februari 1943 is dit een eufemisme voor deportatie naar een concentratie- of vernietigingskamp. De ambtelijke molen draaide onverstoorbaar door: zodra een Joodse ondernemer was weggevoerd, werden zijn resterende rechten en vergunningen officieel ingetrokken om de weg vrij te maken voor "arisering" of simpelweg om de administratie te zuiveren van Joodse namen. De toon is uiterst zakelijk en beleefd ("heb ik de eer", "verzoek ik U beleefd"), wat schril contrasteert met de tragische realiteit achter de woorden.

Historische Context

In 1943 bereikte de deportatie van de Joodse bevolking uit Nederland een macaber hoogtepunt. Amsterdam, en specifiek de Jodenbuurt rond de Joden Houttuinen en het Waterlooplein, werd systematisch leeggehaald. Het Waterlooplein was van oudsher een centrum van Joodse handel en marktactiviteiten.

De bezetter vaardigde talloze verordeningen uit om Joden uit het economische leven te bannen. De Amsterdamse gemeentelijke administratie, onder leiding van de door de Duitsers aangestelde burgemeester Edward Voûte, werkte hieraan mee door vergunningen in te trekken en bezittingen te registreren. S. Abram (mogelijk Salomon Abram, een bekende naam in die buurt) was een van de vele marktkooplieden die op deze wijze niet alleen hun vrijheid en leven, maar ook hun officiële bestaansrecht in de stad verloren. De vermelding "in Duitschland" betekende in de meeste gevallen dat de persoon via kamp Westerbork naar het oosten was gestuurd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen Kamp Westerbork

Organisaties

Puls

Kooplieden in dit dossier 43

Amerika 10.800.- P'end. 200 - Gelderl 18.100 - Westl. 100 - Utrecht 1.900.- [bovenliggend: Limburg 5.400]
Gelderl 2700. Amerika 41.000.
H.J.J.Lazenschütz
H.J.L.Gastagé
Jamaica 900 - Santos 800
J.Fraan
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5