Getypte brief op officieel briefpapier van de Omnia Treuhandgesellschaft.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier van de Omnia Treuhandgesellschaft. 11 juni 1943. W.A. Aalders namens de "Omnia" Treuhandgesellschaft m.b.H., Heerengracht 555, Amsterdam. Directeur v.h. Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Linksboven, handgeschreven met potlood:]
12/6.
3.91 [onderstreept]
[Bovenaan, getypt briefhoofd:]
W. A. A a l d e r s
Sachbearbeiter der "Omnia"
Treuhandgesellschaft m. b. H.
Amsterdam, den 11. Juni 1943.
Heerengracht 555.
Telefon: 3 2 1 1 3.
Dem Herrn
Directeur v. h. Marktwezen
A m s t e r d a m.
Jan van Galenstraat 14.
T/24
[Rechtsboven, handgeschreven met blauw en rood potlood:]
w. H. Müller [met een rode diagonale streep erdoorheen]
[Midden:]
Betrifft.: Liq. der Firma M. Krammer, Nw. Hoogstraat 12-I, A'dam.
Az.: Li. Nr. 6212/HA 1 - Omnia: K. 337.
[Hoofdtekst:]
Wir sind vom Herrn Reichskommissar für die besetzten niederlän-
dischen Gebiete - Abt. Wirtschaftsprüfstelle - mit der Durchfüh-
rung der obigen Liquidation beauftragt worden.
Im Zuge dieser Liquidation bitte ich Sie, mir möglichst umgehend
mitteilen zu wollen, ob das Judenunternehmen bei Ihnen noch ein
Guthaben hat wegen vorausbezahlter Marktsteuer.
[Linksonder, paarse stempel:]
No. 85/21/1 M. 1943 15/6
[Rechtsonder, handtekening en blauwe stempel:]
Hochachtungsvoll,
DER TREUHÄNDER
OMNIA
TREUHANDGESELLSCHAFT M. B. H.
i.V.
[Onleesbare handtekening] Deze brief is een formeel verzoek van de "Omnia" Treuhandgesellschaft aan de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De inhoud betreft de liquidatie van de firma M. Krammer, een joodse onderneming gevestigd aan de Nieuwe Hoogstraat.
De schrijver, W.A. Aalders, handelt in opdracht van de Wirtschaftsprüfstelle van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart). De kernvraag is of de gemeente Amsterdam nog een tegoed van dit bedrijf onder zich heeft in de vorm van vooruitbetaalde marktbelasting ("Marktsteuer"). Indien dit het geval is, zal dit bedrag als onderdeel van de liquidatie door Omnia worden opgeëist.
De terminologie "Judenunternehmen" onderstreept de ideologische en discriminerende context waarin deze economische afhandeling plaatsvond. De handgeschreven nummers en datumstempel (15/6) geven aan dat de brief direct door de gemeentelijke administratie in behandeling is genomen. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden joodse burgers systematisch uit het economisch leven verdrongen. Dit proces begon met registratie en leidde uiteindelijk tot onteigening en liquidatie van hun bedrijven, vaak aangeduid als "arisering".
De Omnia Treuhandgesellschaft m.b.H. speelde hierin een centrale rol. Het was een van de belangrijkste instanties die door de bezetter werd ingezet om joodse vermogens te beheren en te liquideren. De opbrengsten van deze liquidaties vloeiden doorgaans naar de Duitse schatkist of werden gebruikt voor bezettingsdoeleinden.
De firma M. Krammer betrof hoogstwaarschijnlijk de manufacturenhandel van Mozes Krammer. Het feit dat er naar marktbelasting wordt gevraagd, suggereert dat Krammer op Amsterdamse markten handelde. Deze brief vormt een bewijsstuk van de bureaucratische precisie waarmee de bezetter zelfs de kleinste tegoeden van joodse ondernemers probeerde te confisqueren.