Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 441
Dossier 26
Jaar 1943
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.

4 september 1943.

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 4 september 1943. [Linksboven, paarse stempel:]
No. 85/24/1 M. 1943 10/9

Afschrift
No. 504 [in rood geschreven] L. M. 193

[Rechtsboven, handgeschreven handtekening/paraaf:]
L. Meyer [?]

[Midden: Gemeentewapen van Amsterdam]

De BURGEMEESTER ~~EN WETHOUDERS~~ [doorgehaald met x-jes] VAN AMSTERDAM,

Gezien het schrijven van den Directeur van het Marktwezen dd. 29 Juli 1943, no. 85/24/1 M., houdende mededeeling, dat door A. Kesler [onderstreept in rood], wonende Tollensstraat 96 III, alhier, geen gebruik meer wordt gemaakt van de hem bij beschikking van Burgemeester en Wethouders dd. 29 November 1938, no. 811 L.M. verleende toestemming om op een anderen dan voor de markt bestemden tijd, op de markt Ten Katestraat, kramen op te zetten of te hebben;

Heeft goedgevonden bovenaangehaalde beschikking hierbij in te trekken.

GM

[Rechtsonder:]
Amsterdam, 4 September 1943.
De Burgemeester voornoemd,
[paarse stempel:] (get.) VOÛTE

De Gemeentesecretaris,
[paarse stempel:] (get.) G. SPRUIJT, l.s.

[Linksonder, handgeschreven potloodaantekeningen:]
JH [?]
kopie [?]

[Rechtsonder, schuin geschreven in potlood:]
Zie Memorie 1943
N. 175 * Administratieve wijziging: Opvallend is dat de woorden "EN WETHOUDERS" in de aanhef zijn doorgehaald. Dit reflecteert de invoering van het 'leidersbeginsel' tijdens de bezetting (maart 1941), waarbij de macht van de gemeenteraden en het college van B&W werd afgeschaft en de burgemeester als enige verantwoordelijke optrad.
* Onderwerp: Het document betreft de formele intrekking van een marktvergunning die in 1938 was verleend aan de heer A. Kesler voor de Ten Katemarkt in Amsterdam-West. Het ging om een specifieke ontheffing om kramen buiten de normale markttijden te laten staan of op te zetten.
* Persoonsgegevens: De genoemde A. Kesler woonde aan de Tollensstraat 96 III. De naam is met rood onderstreept, wat in de administratie van de bezettingstijd vaak diende om specifieke groepen (zoals Joodse burgers) te markeren of naar specifieke deelarchieven te verwijzen.
* Ondertekening: Edward Voûte was de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens het grootste deel van de Tweede Wereldoorlog. Zijn naam en die van secretaris Spruijt zijn hier als 'afschrift-stempels' geplaatst. Dit document is opgesteld in september 1943, een periode waarin de Duitse bezetter en het collaborerende stadsbestuur de grip op het openbare leven en de economie (inclusief de markten) volledig hadden verstevigd. Hoewel de officiële reden voor intrekking is dat er "geen gebruik meer wordt gemaakt" van de vergunning, moet dit gezien worden tegen de achtergrond van de grootschalige vervolging.

In 1941 werden Joodse marktkooplieden al verbannen van de reguliere markten. Als de heer Kesler van Joodse afkomst was, was hij op dit moment in 1943 waarschijnlijk al gedeporteerd of ondergedoken, wat de feitelijke reden zou zijn dat er "geen gebruik meer" werd gemaakt van de vergunning. De Tollensstraat en de nabijgelegen Ten Katemarkt bevonden zich in een buurt met een significante Joodse populatie voor de oorlog. De handgeschreven verwijzing naar de "Memorie 1943" suggereert dat dit besluit werd vastgelegd in een jaarlijks register van bestuurshandelingen.

Samenvatting

  • Administratieve wijziging: Opvallend is dat de woorden "EN WETHOUDERS" in de aanhef zijn doorgehaald. Dit reflecteert de invoering van het 'leidersbeginsel' tijdens de bezetting (maart 1941), waarbij de macht van de gemeenteraden en het college van B&W werd afgeschaft en de burgemeester als enige verantwoordelijke optrad.
  • Onderwerp: Het document betreft de formele intrekking van een marktvergunning die in 1938 was verleend aan de heer A. Kesler voor de Ten Katemarkt in Amsterdam-West. Het ging om een specifieke ontheffing om kramen buiten de normale markttijden te laten staan of op te zetten.
  • Persoonsgegevens: De genoemde A. Kesler woonde aan de Tollensstraat 96 III. De naam is met rood onderstreept, wat in de administratie van de bezettingstijd vaak diende om specifieke groepen (zoals Joodse burgers) te markeren of naar specifieke deelarchieven te verwijzen.
  • Ondertekening: Edward Voûte was de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens het grootste deel van de Tweede Wereldoorlog. Zijn naam en die van secretaris Spruijt zijn hier als 'afschrift-stempels' geplaatst.

Historische Context

Dit document is opgesteld in september 1943, een periode waarin de Duitse bezetter en het collaborerende stadsbestuur de grip op het openbare leven en de economie (inclusief de markten) volledig hadden verstevigd. Hoewel de officiële reden voor intrekking is dat er "geen gebruik meer wordt gemaakt" van de vergunning, moet dit gezien worden tegen de achtergrond van de grootschalige vervolging.

In 1941 werden Joodse marktkooplieden al verbannen van de reguliere markten. Als de heer Kesler van Joodse afkomst was, was hij op dit moment in 1943 waarschijnlijk al gedeporteerd of ondergedoken, wat de feitelijke reden zou zijn dat er "geen gebruik meer" werd gemaakt van de vergunning. De Tollensstraat en de nabijgelegen Ten Katemarkt bevonden zich in een buurt met een significante Joodse populatie voor de oorlog. De handgeschreven verwijzing naar de "Memorie 1943" suggereert dat dit besluit werd vastgelegd in een jaarlijks register van bestuurshandelingen.

Kooplieden in dit dossier 43

Amerika 10.800.- P'end. 200 - Gelderl 18.100 - Westl. 100 - Utrecht 1.900.- [bovenliggend: Limburg 5.400]
Gelderl 2700. Amerika 41.000.
H.J.J.Lazenschütz
H.J.L.Gastagé
Jamaica 900 - Santos 800
J.Fraan
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5