Afschrift (kopie) van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Afschrift (kopie) van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 4 september 1943. No. 85/24/2 m. 1943
Afschrift
No. 589 L. M. 1933
De BURGEMEESTER ~~EN WETHOUDERS~~ VAN AMSTERDAM,
Gezien het schrijven van den Directeur van het Marktwezen dd. 29 Juli 1943, no. 85/24/1 M., houdende mededeeling, dat door S. van Collem wonende Joden Houttuinen 47-49, alhier, geen gebruik meer wordt gemaakt van de hem bij beschikking dd. 20 December 1938, no. 811 L.M. verleende toestemming om op een anderen dan voor de markt bestemden tijd, op de markten Uilenburg, Waterlooplein, Lindengracht en Westerstraat, kramen op te zetten of te hebben;
Heeft goedgevonden bovenaangehaalde beschikking hierbij in te trekken.
GM
Amsterdam, 4 September 1943.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
[stempel:] MR. P. J. SPROUT l. s.
[Handgeschreven in de kantlijn onderaan:] Zie Memoriaal 1943 N° 175 Dit document is een kil, ambtelijk bewijs van de gevolgen van de Holocaust in Amsterdam. Het betreft het intrekken van een marktvergunning van S. van Collem, die woonachtig was in de Joden Houttuinen.
Enkele opvallende diplomatieke en historische details:
* Doorhaling "WETHOUDERS": In 1941 hieven de Duitse bezetters de gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders op. De burgemeester (in dit geval de collaborerende Edward Voûte) kreeg de alleenheerschappij onder toezicht van de bezetter. Het gebruik van oud briefpapier waarbij "Wethouders" is doorgehaald, weerspiegelt deze verandering in de bestuursstructuur.
* De reden van intrekking: Er wordt gesteld dat er "geen gebruik meer wordt gemaakt" van de vergunning. In september 1943 was de deportatie van de Joodse bevolking uit Amsterdam nagenoeg voltooid. Het is vrijwel zeker dat de heer Van Collem op dat moment al was weggevoerd of ondergedoken zat, waardoor hij zijn nering op de genoemde markten (zoals het Waterlooplein) niet meer kon uitoefenen.
* Locatie: De Joden Houttuinen was een straat in de oude Joodse buurt van Amsterdam, die tijdens de oorlog vrijwel geheel ontvolkt raakte. In 1943 bereikten de deportaties van Joden uit Nederland hun dieptepunt. De administratie van de stad Amsterdam bleef echter gewoon doorwerken. Dit document toont hoe de bureaucratie de "opengevallen plekken" in de stad administratief afhandelde. Terwijl mensen werden vermoord in vernietigingskampen, hield de gemeente Amsterdam zich bezig met het formeel intrekken van hun marktvergunningen omdat ze "geen gebruik meer maakten" van hun standplaatsen. Het is een voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad' in een ambtelijke context. P.J. Sprout S. van Collem Gemeente Amsterdam Marktwezen