Handgeschreven fragment van een klachtenbrief of getuigenverklaring.
Origineel
Handgeschreven fragment van een klachtenbrief of getuigenverklaring. Het document zelf is ongedateerd, maar een ambtelijke aantekening onderaan vermeldt een oproep van "4 Juni". De context wijst op de periode van de Duitse bezetting (1940-1945). A. v. Ditmer, woonachtig aan de Cloeckstraat (Amsterdam-Noord). uren en dagen in de rij staan en
’smorgens 4 uur van Cloeckstraat komen
loopen en heel dikwijls geen vis hebben
en de winkeliers krijgen ’t thuis bezorgd
’t is een gemeene kliek de handelaren
en marktmeester er bij maar hij
vaart er wel bij
A. v. Ditmer
Cloeckstraat
p.s. bedoelde vismarkt is ’t mosveld
[In rode inkt:] 39/8/v
[Onderaan in ander handschrift:]
Onze oproep dd. 4 Juni als
onbestelbaar retour ontvangen
[onleesbare paraaf]
[Rechtsonder:] 90 In dit document beklaagt de burger A. v. Ditmer zich over de gang van zaken op de vismarkt aan het Mosveld in Amsterdam-Noord. De klacht is tweeledig:
1. Logistieke misstanden en schaarste: Burgers moeten al vanaf 4 uur in de ochtend uren- of dagenlang in de rij staan, vaak zonder resultaat ("dikwijls geen vis hebben").
2. Corruptie en favoritisme: Terwijl de burgers in de rij staan, krijgen professionele winkeliers de vis rechtstreeks thuisbezorgd. De schrijver beschuldigt de handelaren en de marktmeester van samenspanning ("een gemeene kliek"). De marktmeester wordt er expliciet van beschuldigd persoonlijk te profiteren van deze ongelijkheid ("hij vaart er wel bij").
Onderaan het document staat een ambtelijke notitie die vermeldt dat een reactie of oproep op 4 juni "onbestelbaar retour" is gekomen, wat suggereert dat de afzender tegen die tijd niet meer op het opgegeven adres woonde of bereikbaar was. De inhoud van deze brief is kenmerkend voor de voedselvoorziening en de maatschappelijke spanningen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de schaarste en de daaruit voortvloeiende rantsoenering ontstonden er enorme rijen voor voedsel. Vis was een product dat, zeker in de vroege oorlogsjaren, nog wel eens buiten de strengste distributie om verkrijgbaar was, wat leidde tot grote drukte op markten zoals die op het Mosveld.
Beschuldigingen van corruptie, zwarte handel en het bevoordelen van winkeliers ten koste van de gewone burger waren in deze periode aan de orde van de dag. De marktmeester, als toezichthouder namens de gemeente, was vaak het mikpunt van dergelijke kritiek. Het feit dat de brief onbestelbaar bleek, kan duiden op de instabiele woonsituatie van Amsterdammers tijdens de bezetting (bijv. door evacuatie, onderduik of deportatie).