Handgeschreven brief (klacht/verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klacht/verzoekschrift). 28 mei 1943. [Linksboven:]
No. 90/W/1 M. 1943 6/6
[Rechtsboven:]
No. Betreft onderzocht 7-6-43 [in rood]
28 Mei 1943
m. Div.
[Inhoud:]
A. S.
Bij deze wilde ik U vragen of 't een markmeester geoorloofd is voor vrienden en kennissen hoofdzakelijk voor winkeliers daarvoor vis mag nemen en deze mensen de rij uit stuurd met de belofte U heeft straks vis dit is niet eerlijk want dat is voor hem eigenbelang want nu mag hij straks komen ook andere extra dingen waar wij dan ook naast staan de vorige markmeester was niet gezien maar die deed zulke dingen niet en was oprecht en daar we nu een markmeester hebben gekregen die in de van Pekstraat woont en dus alle winkeliers kent waar wat te halen is geeft hij deze voorrang ik heb van deze week en vele met mij halve dagen in de rij gestaan en nog geen vis geproeft en nu moet je dit voor je eigen ogen zien dan is 't hard indien u bewijzen wilt hebben begin bij Donkers Hagedoornweg en zult u verder wel meer horen deze marktmeester is een grote knoeier met de vishandelaren en zijn belang ik schrijf dit uit naam van al die gene die * Inhoud: De schrijver dient een anonieme of collectieve klacht in over de huidige marktmeester. Deze functionaris wordt beschuldigd van corruptie en vriendjespolitiek (cliëntelisme). Hij zou winkeliers uit de wachtrij voor vis halen en hen voorrang geven in ruil voor wederdiensten ("andere extra dingen").
* Vergelijking: De schrijver maakt een contrast tussen de huidige marktmeester en zijn voorganger. Hoewel de vorige niet populair was ("niet gezien"), werd hij wel als eerlijk en oprecht beschouwd.
* Bewijsvoering: De brief noemt specifieke locaties voor onderzoek, zoals "Donkers [aan de] Hagedoornweg" (vermoedelijk een bakkerij of winkel aldaar).
* Toon: Verontwaardigd en wanhopig. De frustratie over het urenlang in de rij staan zonder resultaat ("geen vis geproeft") is tekenend voor de sfeer van schaarste tijdens de oorlogsjaren. Dit document is een treffend voorbeeld van de sociale spanningen in bezet Nederland (mei 1943). Vis was een van de weinige voedselbronnen die soms buiten het strengste distributiesysteem om verkrijgbaar was, wat leidde tot enorme wachtrijen.
De marktmeester had een machtspositie in de verdeling van schaarse goederen. De beschuldiging van "knoeierij" wijst op de zwarte handel en de ruileconomie die ontstond: de marktmeester regelt vis voor de winkelier, en krijgt in ruil daarvoor waarschijnlijk producten die voor de gewone burger niet beschikbaar waren. De genoemde straten (Van der Pekstraat en Hagedoornweg) situeren dit conflict in de volksbuurten van Amsterdam-Noord. De archiefaantekening "onderzocht 7-6-43" suggereert dat de klacht serieus is genomen door de betreffende instantie. S.