Openbare kennisgeving (officiële bekendmaking).
Origineel
Openbare kennisgeving (officiële bekendmaking). 6 februari 1941. No.118.
GEMEENTE AMSTERDAM
OPENBARE KENNISGEVING
SLUITINGSUUR MARKTEN.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam brengen ter openbare kennis van de marktbezoekers en marktkooplieden, dat de markten hier ter stede, in verband met de verduisteringsmaatregelen, uiterlijk een half uur vóór zonsondergang door de marktkooplieden moeten zijn ontruimd.
Derhalve moeten de markten in de week van Maandag 10 tot en met Vrijdag 14 Februari a.s. om 18 uur en op Zaterdag 15 Februari a.s. uiterlijk om 18.25 uur zijn ontruimd.
ET
Amsterdam, 6 Februari 1941.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
DE VLUGT
de Secretaris,
J.F. FRANKEN
L.S. * Inhoud: Het document kondigt aan dat alle markten in Amsterdam uiterlijk een half uur voor zonsondergang ontruimd moeten zijn. Dit heeft directe gevolgen voor de handelsuren van marktkooplieden. Er worden specifieke tijden genoemd voor de week van 10 t/m 15 februari 1941 (18:00 uur doordeweeks en 18:25 uur op zaterdag).
* Vorm: Het betreft een getypte bekendmaking op officieel papier, voorzien van een referentienummer (No. 118) en de afkorting 'L.S.' (Loco Sigilli), wat aangeeft dat op de oorspronkelijke plek een zegel was aangebracht.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik ("hier ter stede", "voornoemd", "a.s."). * Historische periode: Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945).
* Verduistering: De "verduisteringsmaatregelen" waren dwingende voorschriften waarbij alle lichtbronnen 's nachts moesten worden afgeschermd. Dit werd gedaan om de geallieerde luchtmacht te beletten zich te oriënteren op de lichten van steden tijdens hun vluchten naar Duitsland. Het economische en sociale leven werd hierdoor sterk beïnvloed, zoals blijkt uit deze inkorting van de markttijden.
* Burgemeester De Vlugt: Willem de Vlugt was de burgemeester van Amsterdam ten tijde van de inval. Hij bleef aanvankelijk aan, maar werd kort na de publicatie van dit document, in maart 1941, door de bezetter ontslagen naar aanleiding van de Februaristaking.
* Februaristaking: Dit document is gedateerd op 6 februari 1941, minder dan drie weken vóór de Februaristaking (25-26 februari), de massale proteststaking tegen de Jodenvervolging. De sfeer in de stad was in deze periode extreem gespannen, mede door de toenemende restricties op markten (waaronder het weren van Joodse kooplieden en marktbezoekers).
Samenvatting
- Inhoud: Het document kondigt aan dat alle markten in Amsterdam uiterlijk een half uur voor zonsondergang ontruimd moeten zijn. Dit heeft directe gevolgen voor de handelsuren van marktkooplieden. Er worden specifieke tijden genoemd voor de week van 10 t/m 15 februari 1941 (18:00 uur doordeweeks en 18:25 uur op zaterdag).
- Vorm: Het betreft een getypte bekendmaking op officieel papier, voorzien van een referentienummer (No. 118) en de afkorting 'L.S.' (Loco Sigilli), wat aangeeft dat op de oorspronkelijke plek een zegel was aangebracht.
- Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik ("hier ter stede", "voornoemd", "a.s.").
Historische Context
- Historische periode: Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945).
- Verduistering: De "verduisteringsmaatregelen" waren dwingende voorschriften waarbij alle lichtbronnen 's nachts moesten worden afgeschermd. Dit werd gedaan om de geallieerde luchtmacht te beletten zich te oriënteren op de lichten van steden tijdens hun vluchten naar Duitsland. Het economische en sociale leven werd hierdoor sterk beïnvloed, zoals blijkt uit deze inkorting van de markttijden.
- Burgemeester De Vlugt: Willem de Vlugt was de burgemeester van Amsterdam ten tijde van de inval. Hij bleef aanvankelijk aan, maar werd kort na de publicatie van dit document, in maart 1941, door de bezetter ontslagen naar aanleiding van de Februaristaking.
- Februaristaking: Dit document is gedateerd op 6 februari 1941, minder dan drie weken vóór de Februaristaking (25-26 februari), de massale proteststaking tegen de Jodenvervolging. De sfeer in de stad was in deze periode extreem gespannen, mede door de toenemende restricties op markten (waaronder het weren van Joodse kooplieden en marktbezoekers).