Handgeschreven ambtelijk memo/notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk memo/notitie. 10 januari 1941. Milit. Com. wil weten i 20/3
Hoeveel kooplieden
staan gemiddeld
op de dagmarkten
en gemiddeld op
de weekmarkten
(zoals dit vroeger
ook is opgegeven
voor Middelburg)
mr. Riemsma
10-1-41
Insp.
spoed onderzoek s.v.p.
No 20/3/1 M. 1941
10/1 10/1 41 Het document is een intern verzoek om informatie, gericht aan een inspecteur ("Insp."). De kern van de vraag is statistisch van aard: men wil weten hoeveel marktkooplieden er gemiddeld actief zijn op de dag- en weekmarkten in de betreffende regio.
Kernpunten:
* Opdrachtgever: De vraag is afkomstig van de "Milit. Com." (Militair Commissaris), een functionaris die door de bezetter was aangesteld om toezicht te houden op het Nederlandse bestuur.
* Referentiekader: Er wordt verwezen naar een eerdere opgave voor Middelburg. Dit suggereert dat de administratie gegevens uit verschillende steden of districten in Zeeland verzamelde en vergeleek.
* Urgentie: De handgeschreven toevoeging onderaan, "spoed onderzoek s.v.p.", geeft aan dat de bezettingsautoriteiten op korte termijn resultaat verwachtten. Dit document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter steeds nauwer toezicht te houden op de economie en de voedselvoorziening.
Markten waren cruciaal voor de distributie van goederen. Door de bezettingsmacht werden strikte regels ingevoerd om de zwarte handel te bestrijden en om de controle op de stroom van levensmiddelen te behouden. Het opvragen van het aantal kooplieden was een methode om de omvang van de marktactiviteiten in kaart te brengen en om eventuele ongeregeldheden of ongeoorloofde uitbreiding van de handel te kunnen signaleren. De rol van mr. Riemsma en de inspecteur wijst op de medewerking van het Nederlandse ambtenarenapparaat aan de informatiebehoeften van de Militair Commissaris.
Samenvatting
Het document is een intern verzoek om informatie, gericht aan een inspecteur ("Insp."). De kern van de vraag is statistisch van aard: men wil weten hoeveel marktkooplieden er gemiddeld actief zijn op de dag- en weekmarkten in de betreffende regio.
Kernpunten:
* Opdrachtgever: De vraag is afkomstig van de "Milit. Com." (Militair Commissaris), een functionaris die door de bezetter was aangesteld om toezicht te houden op het Nederlandse bestuur.
* Referentiekader: Er wordt verwezen naar een eerdere opgave voor Middelburg. Dit suggereert dat de administratie gegevens uit verschillende steden of districten in Zeeland verzamelde en vergeleek.
* Urgentie: De handgeschreven toevoeging onderaan, "spoed onderzoek s.v.p.", geeft aan dat de bezettingsautoriteiten op korte termijn resultaat verwachtten.
Historische Context
Dit document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter steeds nauwer toezicht te houden op de economie en de voedselvoorziening.
Markten waren cruciaal voor de distributie van goederen. Door de bezettingsmacht werden strikte regels ingevoerd om de zwarte handel te bestrijden en om de controle op de stroom van levensmiddelen te behouden. Het opvragen van het aantal kooplieden was een methode om de omvang van de marktactiviteiten in kaart te brengen en om eventuele ongeregeldheden of ongeoorloofde uitbreiding van de handel te kunnen signaleren. De rol van mr. Riemsma en de inspecteur wijst op de medewerking van het Nederlandse ambtenarenapparaat aan de informatiebehoeften van de Militair Commissaris.