Archiefdocument
Origineel
8 februari 1941 Onbekend, ondertekend met initialen "W. L. M." (mogelijk een ambtenaar van de gemeente Amsterdam). Onbekend (gericht aan iemand die om advies vroeg m.b.t. stukken no. 160 L.M. 1941). A’dam, 8/2 1941
W. L. M.
Onder terugzending van de
met Uw kantbrief dd. 2 of 4 Februari
jl. om advies ontvangen stukken no.
160 L.M. 1941 heb ik de eer u het
volgende te berichten.
A. Markten.
De markten, welke in de buurten
met overwegend Joodsche bevolking zijn
gelegen, zijn:
1 Waterlooplein (algemeene dagmarkt)
(met zijstraten)
2 Nieuwmarkt (zaterdag idem;
ligt aan de grens van
een Joodsche buurt; zie
bijlage I, behoorende bij
den brief van den Adm.
der Afd. Bevolkingsregistr.
en Verkiezingen dd. 29-1-41)
3 Uilenburg (algemeene weekmarkt)
op Zondag
Aantal Joodsche
kooplieden (vaste plaatshouders)
| Waterlooplein | Nieuwmarkt | Uilenburg |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| levensmiddelen | kleeding | levensmiddelen | kleeding (stoffen enz) | levensmidd. | kleeding |
| 35 | 17 | 7 | 8 | 47 | 54 |
(N.B. In de tabel zijn de getallen 7 bij Waterlooplein en 20 bij Nieuwmarkt-kleeding doorgehaald en vervangen).
Ik merk hierbij op, dat deze
Joodsche kooplieden niet uitsluitend de
voorziening der Joodsche bevolking in deze buurten
van levensmiddelen en kleeding
verzorgen; integendeel: vele christenen
bezoeken deze markten; de Zondagsmarkt
op Uilenburg bijv. wordt door publiek uit
geheel Amsterdam en zelfs van buiten
Amsterdam bezocht.
B. Standplaatsen buiten de markten
in straten, met overwegend Joodsche
bevolking. Dit document is een ambtelijke rapportage uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De schrijver ("W.L.M.") reageert op een verzoek om advies betreffende stukken uit begin februari 1941. De kern van het document is een inventarisatie van het aantal Joodse marktkooplieden met vaste staanplaatsen op drie specifieke Amsterdamse markten: het Waterlooplein, de Nieuwmarkt en de Uilenburg.
Opvallend is de opmerking onder de tabel. De rapporteur benadrukt dat deze Joodse kooplieden niet alleen de Joodse bevolking bedienen, maar dat "vele christenen" (een eufemisme voor niet-Joodse Amsterdammers) deze markten bezoeken, zelfs van buiten de stad. Dit lijkt een poging om het economische en sociale belang van deze markten voor de gehele stad te onderstrepen, wellicht als argument tegen ophanden zijnde beperkende maatregelen. De datum van het document, 8 februari 1941, is zeer significant. Dit is slechts drie dagen voor de afsluiting van de Joodse wijk (11 februari) en ruim twee weken voor de Februaristaking (25-26 februari 1941). De Duitse bezetter was op dat moment volop bezig met het in kaart brengen en isoleren van de Joodse bevolking.
Kort na deze rapportage zouden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden drastisch verscherpen. In de loop van 1941 werden Joden stelselmatig geweerd van reguliere markten. In september 1941 werden in Amsterdam speciale "Joodsche markten" ingesteld (waaronder op het Waterlooplein en de Nieuwmarkt), waar Joodse kooplieden uitsluitend aan Joodse klanten mochten verkopen. Dit document vormt een onderdeel van de administratieve voorbereiding die leidde tot deze segregatie en uiteindelijke economische uitschakeling van de Joodse bevolking.