Handgeschreven ambtelijke notitie of ontwerpbrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of ontwerpbrief. Maart 1941 (gebaseerd op de tekstverwijzing "2 Maart jl." en de handgeschreven toevoeging "1941"). Bovenaan de pagina, in de linkerbovenhoek:
van naar raming
tusschen f 1000.- en f 1500.-
derven.
Hoofdtekst:
De Zondagsmarkt Uilenburg is
sedert 2 Maart jl. geheel verboden en zooals
u bekend is, zal deze markt voorloopig
niet meer gehouden mogen worden.
Waar t.a.v. deze markt de getroffen
maatregel van langeren duur is, acht
ik het in dit geval billijk, dat aan de
betreffende kooplieden gedurende de
periode van het verbod kwijtschelding
van marktgeld wordt verleend.
Ik stel U mitsdien voor, te
willen bevorderen, dat bij besluit van den
Regeringscommissaris, ingevolge artikel
10 van bovengenoemde Verordening, aan
de marktkooplieden, die op de Zondagsmarkt
Uilenburg (met ingang van 2 Maart 1941) een plaats bezetten, kwijtschel-
ding van door hen verschuldigd markt-
geld wordt verleend voor de periode,
dat deze markt niet mag worden gehouden.
Hierdoor zal de gemeente
wekelijks een bedrag van ± f 60.- aan
marktgeld derven.
D.D. Het document is een ambtelijk voorstel om marktkooplieden financieel te ontlasten nadat hun markt op Uilenburg is verboden. De toon is zakelijk en procedureel ("acht ik het in dit geval billijk").
De kernpunten zijn:
1. Het verbod: De Zondagsmarkt op Uilenburg is vanaf 2 maart 1941 verboden.
2. De regeling: Men stelt voor om artikel 10 van een niet nader genoemde verordening te gebruiken om kwijtschelding van staangeld (marktgeld) te verlenen.
3. Financiële impact: De wekelijkse derving voor de gemeente Amsterdam wordt geschat op ongeveer 60 gulden. Over de gehele periode wordt een verlies tussen de 1000 en 1500 gulden geraamd (zoals genoteerd in de linkerbovenhoek).
4. Besluitvorming: Het voorstel moet bekrachtigd worden door de "Regeringscommissaris". Dit wijst direct op de bestuurlijke structuur tijdens de bezetting. Dit document is historisch zeer beladen. De Uilenburg was het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. De "Zondagsmarkt" daar was een bekende Joodse markt.
Het verbod op de markt op 2 maart 1941 vond plaats vlak na de Februaristaking (25-26 februari 1941), die was uitgebroken uit protest tegen de eerste grote razzia's op Joodse Amsterdammers. Als represaille voor de staking grepen de Duitse bezetters hard in: de Amsterdamse gemeenteraad werd ontbonden en er werd een regeringscommissaris (Edward Voûte) aangesteld.
Het verbod op de markt op Uilenburg was onderdeel van de toenemende isolatie en economische wurging van de Joodse bevolking door de nazi-bezetter. Dit document toont de bureaucratische afwikkeling van deze discriminerende maatregelen: terwijl de Joodse kooplieden hun broodwinning werd ontnomen, hield de administratie zich bezig met de formele kwijtschelding van de verschuldigde gelden en de berekening van het inkomstenverlies voor de stadskas.