Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten)
Origineel
Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten) [Linksboven in paars stempel/schrift:]
No 20/12/3 M.1941 4/5
[Rechtsboven:]
Markten
496 [onderstreept]
No. 290 L.M.1941. Kwijtschelding van marktgeld, markt Uilenburg.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam.
Vrijdag 2 Mei 1941.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven:]
m/dir
Mr Müller
[Paraaf]
Insp. dok
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad en zweminrichtingen, wordt het volgende besluit genomen :
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 17 Maart 1941, No. 20/12/2 M;
Gelet op art.10 van de Verordening op de heffing van marktstandplaats- en ventgelden; alsmede op het advies van den Wethouder voor de Financiën van 28 April 1941, No. 894/82.7 Fin.1941 ;
B e s l u i t :
gerekend te zijn ingegaan 8 Maart 1941, aan de marktkooplieden, die op de Zondagsmarkt Uilenburg een plaats bezetten, op grond van billijkheid kwijtschelding van door hen verschuldigd marktgeld te verleenen voor de periode, dat deze markt niet meer wordt gehouden.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
NdW.
[Paraaf]
[Rechtsonder:]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paars stempel]
[Handgeschreven aantekeningen links:]
1 afschrift aan
Mr Müller
10/5 - '41 [Paraaf]
1 ex. dir -
1 ex. sec.
1 ex. bur. [Boexen?]
3 ex. Dagen.
} 16/5 - '41 [Paraaf] Dit document is een officieel administratief uittreksel van een besluit genomen door de 'Regeeringscommissaris' van Amsterdam in mei 1941. Sinds maart 1941 was de democratisch gekozen gemeenteraad ontbonden en de burgemeester vervangen door een regeringscommissaris (Edward Voûte), die direct onder Duits gezag opereerde.
De kern van het besluit is de kwijtschelding van marktgeld voor de kooplieden van de zondagsmarkt op Uilenburg, met terugwerkende kracht tot 8 maart 1941. De reden die wordt opgegeven is "op grond van billijkheid", omdat de markt simpelweg "niet meer wordt gehouden". Het document toont de ambtelijke afwikkeling van een ingrijpende verandering in het stadsleven: het verdwijnen van een markt door de maatregelen van de bezetter.
Opvallend is de bureaucratische precisie (verwijzingen naar rapporten en verordeningen) waarmee een besluit wordt vastgelegd dat voortkomt uit een zeer turbulente en tragische periode in de Amsterdamse geschiedenis. De zondagsmarkt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Jodenbuurt van Amsterdam. De datum van 8 maart 1941 als stopdatum is historisch zeer significant. Slechts enkele weken daarvoor, in februari 1941, had de Februaristaking plaatsgevonden als protest tegen de eerste grote razzia's op Joodse Amsterdammers.
Als reactie op de onrust begonnen de Duitse bezetters de Jodenbuurt steeds verder te isoleren. In februari/maart 1941 werd de handel door Joodse straatverkopers en op markten in deze wijken ernstig aan banden gelegd of verboden. De afsluiting van de buurt en de beperkingen op de bewegingsvrijheid van Joden maakten de markt op Uilenburg feitelijk onmogelijk.
Hoewel dit document leest als een droge financiële afhandeling (het niet meer hoeven betalen van staangeld), is het een directe getuigenis van het systematisch ontwrichten en vernietigen van het sociaaleconomische leven van de Joodse gemeenschap in Amsterdam tijdens de eerste fase van de Holocaust.