Ambtsbrief / Bestuurlijk memorandum.
Origineel
Ambtsbrief / Bestuurlijk memorandum. Omstreeks eind februari 1941 (gebaseerd op de genoemde data 10 en 17 februari jl.). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Rechtsboven handgeschreven:] M. Müller [?] / [Paraaf]
D/HG.
20/13/1 M.
n 3
Restitutie marktgeld in ver-
band met nieuw artikel 16
Reglement op de markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 10 en 17 Februari jl. om advies ontvangen stukken no. 54/1 L.M. 1941 en 229 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat met ingang van 1 Februari jl. een aanvulling en wijziging van het Reglement op de Markten in werking is getreden; artikel 16 eerste lid van dit Reglement bepaalt vanaf dezen datum onder andere, dat een zelfde persoon ten hoogste over een vaste plaats op een algemeene dagmarkt kan beschikken. Een aantal marktkooplieden, dat meer dan één vaste plaats op een algemeene dagmarkt bezet, heeft derhalve met ingang van 10 Februari voor deze plaatsen moeten bedanken. Een achttal van deze kooplieden heeft, krachtens de artikelen 16 en 17 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, het verschuldigde marktgeld op 1 Januari jl. bij vooruitbetaling voor het eerste halfjaar van 1941 betaald; zij hebben mij verzocht hun restitutie van teveel betaald marktgeld te verleenen. Ik acht dit verzoek billijk en heb mitsdien de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij besluit van den Regeeringscommissaris, ingevolge artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden aan de, op bijgaande staat, vermelde personen op gronden van billijkheid restitutie van reeds betaald marktgeld wordt verleend tot een bedrag, zooals achter ieders naam is vermeld.
De Directeur, * Inhoud: De kern van het document is een verzoek om een deel van de vooruitbetaalde marktgelden terug te geven aan acht marktkooplieden. Door een nieuwe regeling (ingevoerd op 1 februari 1941) mochten zij nog maar één vaste plek bezetten in plaats van meerdere. Omdat zij voor het hele eerste halfjaar van 1941 al voor meerdere plekken hadden betaald, is er sprake van een teveel betaald bedrag voor de plekken die zij gedwongen moesten opgeven.
* Terminologie: Het gebruik van de term "billijkheid" onderstreept dat de directeur vindt dat het rechtvaardig is om de gelden terug te storten, aangezien de kooplieden door regelgeving van buitenaf hun standplaatsen kwijtraakten.
* Administratieve proces: Het document laat de hiërarchische weg zien: van de directeur van de dienst, via de wethouder, naar de "Regeeringscommissaris" voor de uiteindelijke besluitvorming. * Historische periode: Het document dateert uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Bestuurlijke context: De vermelding van de "Regeeringscommissaris" is kenmerkend voor de periode 1940-1945. In veel gemeenten werden de democratisch gekozen raden buitenspel gezet of onder toezicht geplaatst van een door de bezetter aangestelde commissaris of een 'regeringscommissaris' die de bevoegdheden van de raad overnam.
* Sociaal-economisch: Het document illustreert hoe ingrijpend de bureaucratie tijdens de oorlog kon zijn voor kleine ondernemers zoals marktkooplieden. De beperking tot één standplaats per persoon was mogelijk bedoeld om een eerlijkere verdeling van schaarse middelen of plaatsen te bewerkstelligen, of om de grip op de handel te vergroten.