Getypt uittreksel (Extract) uit het Besluitenboek van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Getypt uittreksel (Extract) uit het Besluitenboek van de Gemeente Amsterdam. 4 april 1941. [Linksboven, gestempeld/geschreven:] No 20/13/3 M. 1941 17/4
[Rechtsboven, handgeschreven:] Marktw.
No.229 L.M.1941. [Rechts:] Restitutie marktgeld.
[Midden-rechts, handgeschreven paraaf in potlood en rode inkt, vermoedelijk:] v. Dir. H. Mijten [?]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Vrijdag, 4 April 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 18 Maart 1941, No.20/13/1 M;
Gelet op het advies van den Wethouder voor de Financiën d.d. 31 Maart 1941, No.704/82.7. F.1941;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de heffing van markt-standplaats - en ventgelden alsmede op art. 16 van het Reglement op de markten;
B e s l u i t :
aan de op den bij dit besluit behoorenden staat vermelde personen, op gronden van billijkheid, restitutie van reeds betaald marktgeld te verleenen tot een bedrag, zooals achter ieders naam staat vermeld.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
JB. [Linksonder]
[Onleesbaar merkteken]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
--- Dit document is een officieel administratief besluit van de gemeente Amsterdam uit de vroege bezettingsjaren. Het betreft een routinebesluit: het teruggeven van reeds betaald marktgeld aan een groep kooplieden (die op een niet-bijgevoegde lijst stonden).
De reden voor de terugbetaling wordt omschreven als "gronden van billijkheid". Dit betekent meestal dat de kooplieden door onvoorziene omstandigheden geen gebruik hebben kunnen maken van hun standplaats, waardoor het onrechtvaardig zou zijn om het geld te behouden. Opvallend is de gedetailleerde omschrijving van het wethouderschap: "Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen", wat de brede verantwoordelijkheid van stedelijke diensten in die tijd illustreert.
--- Het document dateert van 4 april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De politieke context is duidelijk zichtbaar in de terminologie: er wordt niet gesproken over de Burgemeester en Wethouders (B&W) of de Gemeenteraad, maar over de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam".
In maart 1941, kort na de Februaristaking, werden de democratische organen in Amsterdam door de bezetter buiten spel gezet. Edward Voûte werd aangesteld als regeringscommissaris (eigenlijk een door de Duitsers gecontroleerde burgemeester met dictatoriale bevoegdheden binnen de stad). J.F. Franken, die het document ondertekent, was een ervaren ambtenaar die de continuïteit van het stadsbestuur waarborgde tijdens deze transitie. Het document laat zien dat, ondanks de ingrijpende politieke veranderingen en de oorlogssituatie, de reguliere bureaucratie en de afhandeling van kleine financiële zaken zoals marktkramen gewoon doorliepen.