Handgeschreven brief op gelinieerd papier met administratieve aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier met administratieve aantekeningen. 27 juni 1941. Mr. H. Schukking (Ananasstraat 89, 's-Gravenhage). "Wel Edele Heer" (waarschijnlijk een functionaris bij een inspectie of ministerie). (Linksboven, stempel en schrift):
No 20/10/1 M.1941 30/6
(Rechtsboven):
's Gravenhage 27-6-'41.
(Marginalia in blauw):
M. v. Dir.
Insp.
(wie is Schukking?)
(Saluut):
Wel Edele Heer,
(Inhoud):
In verband met het onderzoek der Albert
Cuypmarkt (onderzoek onder leiding van Hr. F. van Heek),
zou ik graag, indien mogelijk, de presentie lijsten van
de marktkooplieden van bovengenoemde markt, over
de maanden Juli t/m Augustus 1939 ter inzage willen
hebben.
(Afsluiting):
Hoogachtend,
H. Schukking.
(Linksonder, adres afzender):
Mr. H. Schukking.
Ananasstr. 89
's Gravenhage. * Kern van de brief: De afzender, Mr. H. Schukking, verzoekt om toegang tot de presentielijsten van de marktkooplieden op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt over de periode juli en augustus 1939.
* Doel: De informatie is nodig voor een onderzoek naar de markt dat onder leiding staat van "Hr. F. van Heek".
* Administratieve verwerking: De brief is voorzien van een officieel registratienummer. De aantekeningen in blauw potlood ("Insp." en "wie is Schukking?") wijzen op een interne behandeling waarbij men de identiteit en bevoegdheid van de aanvrager probeerde vast te stellen.
* Toon: De brief is kort, zakelijk en uiterst formeel (Wel Edele Heer, Hoogachtend). * Onderzoek F. van Heek: De genoemde "Hr. F. van Heek" is Frederik (Frits) van Heek, een pionier in de Nederlandse sociologie. Hij deed tijdens de oorlogsjaren uitgebreid onderzoek naar de sociaaleconomische structuur van de Albert Cuypstraat. Dit resulteerde uiteindelijk in zijn proefschrift uit 1945: "Economische en sociale problemen van de Albert Cuypstraat". De brief uit 1941 toont de actieve dataverzameling voor dit project tijdens de bezettingsjaren.
* Tijdsgewricht: De brief is geschreven in juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Er wordt gevraagd naar gegevens uit 1939 (vlak voor de oorlog). Dit is saillant omdat de samenstelling van de marktkooplieden op de Albert Cuyp in de jaren 1940-1941 drastisch veranderde door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Onderzoek naar de situatie in 1939 diende waarschijnlijk als referentiekader voor de situatie van vóór de oorlog.
* De afzender: Mr. H. Schukking fungeerde hier vermoedelijk als assistent of medewerker van Van Heek in de uitvoering van de archivalische onderdelen van het onderzoek. F. van Heek H. Schukking
Samenvatting
- Kern van de brief: De afzender, Mr. H. Schukking, verzoekt om toegang tot de presentielijsten van de marktkooplieden op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt over de periode juli en augustus 1939.
- Doel: De informatie is nodig voor een onderzoek naar de markt dat onder leiding staat van "Hr. F. van Heek".
- Administratieve verwerking: De brief is voorzien van een officieel registratienummer. De aantekeningen in blauw potlood ("Insp." en "wie is Schukking?") wijzen op een interne behandeling waarbij men de identiteit en bevoegdheid van de aanvrager probeerde vast te stellen.
- Toon: De brief is kort, zakelijk en uiterst formeel (Wel Edele Heer, Hoogachtend).
Historische Context
- Onderzoek F. van Heek: De genoemde "Hr. F. van Heek" is Frederik (Frits) van Heek, een pionier in de Nederlandse sociologie. Hij deed tijdens de oorlogsjaren uitgebreid onderzoek naar de sociaaleconomische structuur van de Albert Cuypstraat. Dit resulteerde uiteindelijk in zijn proefschrift uit 1945: "Economische en sociale problemen van de Albert Cuypstraat". De brief uit 1941 toont de actieve dataverzameling voor dit project tijdens de bezettingsjaren.
- Tijdsgewricht: De brief is geschreven in juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Er wordt gevraagd naar gegevens uit 1939 (vlak voor de oorlog). Dit is saillant omdat de samenstelling van de marktkooplieden op de Albert Cuyp in de jaren 1940-1941 drastisch veranderde door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Onderzoek naar de situatie in 1939 diende waarschijnlijk als referentiekader voor de situatie van vóór de oorlog.
- De afzender: Mr. H. Schukking fungeerde hier vermoedelijk als assistent of medewerker van Van Heek in de uitvoering van de archivalische onderdelen van het onderzoek.