Doorslag van een officiële brief/beschikking.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/beschikking. 11 oktober 1941. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (Gemeente Amsterdam). № 20/24/1 M.1941 11/10 Markt [handgeschreven] 783 [handgeschreven]
L.M. 11 October 1941.
899 -1941-
[Stempel: Gezien met blauwe paraaf] door m. de Boer. [handgeschreven]
In antwoord op Uw verzoek van 17 September
j.l. om Uw echtgenoote toe te staan om in Uw
plaats op de markt werkzaam te blijven, deel ik
U mede, dit verzoek van de hand te wijzen.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
(get.) Guepin [handgeschreven]
den heer J.Papegaay,
Camperstraat 48,
A_L_H_I_E_R(O). Het betreft een formele afwijzing van een verzoekschrift. De heer J. Papegaay had op 17 september 1941 verzocht of zijn echtgenote zijn werkzaamheden op de markt mocht overnemen. De wethouder wijst dit verzoek zonder opgaaf van redenen in deze brief af.
De afkorting "ALHIER (O)" in het adres duidt op Amsterdam, stadsdeel Oost. De initialen "vM" onder de hoofdtekst zijn waarschijnlijk van de behandelend ambtenaar. De brief is ondertekend namens Wethouder Guepin (E.J.B.M. Guepin), die destijds verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening in de hoofdstad. Dit document moet worden geplaatst in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de bezetter en het collaborerende Amsterdamse gemeentebestuur de anti-Joodse maatregelen in hoog tempo op.
De naam Papegaay en het adres in de Camperstraat (gelegen in de Transvaalbuurt, destijds een buurt met zeer veel Joodse inwoners) wijzen er sterk op dat de geadresseerde van Joodse afkomst was. Vanaf september 1941 werden Joodse marktkooplieden systematisch van de Amsterdamse markten verdreven als onderdeel van de "arisering" van het economisch leven. Verzoeken van Joodse ondernemers om hun vergunning over te dragen aan familieleden werden in deze periode vrijwel standaard afgewezen om de Joodse aanwezigheid in de openbare handel volledig te beëindigen. E.J.B.M. Guepin Guepin (Wethouder) J. Papegaay Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Het betreft een formele afwijzing van een verzoekschrift. De heer J. Papegaay had op 17 september 1941 verzocht of zijn echtgenote zijn werkzaamheden op de markt mocht overnemen. De wethouder wijst dit verzoek zonder opgaaf van redenen in deze brief af.
De afkorting "ALHIER (O)" in het adres duidt op Amsterdam, stadsdeel Oost. De initialen "vM" onder de hoofdtekst zijn waarschijnlijk van de behandelend ambtenaar. De brief is ondertekend namens Wethouder Guepin (E.J.B.M. Guepin), die destijds verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening in de hoofdstad.
Historische Context
Dit document moet worden geplaatst in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de bezetter en het collaborerende Amsterdamse gemeentebestuur de anti-Joodse maatregelen in hoog tempo op.
De naam Papegaay en het adres in de Camperstraat (gelegen in de Transvaalbuurt, destijds een buurt met zeer veel Joodse inwoners) wijzen er sterk op dat de geadresseerde van Joodse afkomst was. Vanaf september 1941 werden Joodse marktkooplieden systematisch van de Amsterdamse markten verdreven als onderdeel van de "arisering" van het economisch leven. Verzoeken van Joodse ondernemers om hun vergunning over te dragen aan familieleden werden in deze periode vrijwel standaard afgewezen om de Joodse aanwezigheid in de openbare handel volledig te beëindigen.