Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 13 november 1941. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst, mogelijk Publieke Werken of een administratieve afdeling gezien de referentie naar Wijk 6). Den Heer Hoofdcommissaris van Politie, Hoofdbureau van Politie, Marnixstraat, Amsterdam-Centrum. Verzonden 13/11
S/HG.
den Heer Hoofdcommissaris van Politie,
Hoofdbureau van Politie,
Marnixstraat,
Amsterdam-Centrum.
20/27/2 M.
Wijk 6.
13 November 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 November jl. Ir.I No.3203 deel ik U mede, dat de onderhavige aangelegenheid in eersten aanleg ten Stadhuize was voorbereid, zoodat dezerzijds werd aangenomen, dat daarbij, zooals gebruikelijk, het noodige overleg met de politie had plaats gevonden.
Zooals U bekend, wordt dezerzijds steeds terzake van maatregelen op het door mijn dienst bestreken gebied, voor zoover daarbij de openbare rust of orde is betrokken, naar overleg met de politie gestreefd.
De Directeur, De brief betreft een ambtelijke correspondentie tussen een gemeentelijke directie en de hoofdcommissaris van politie in Amsterdam. De kern van het schrijven is een verontschuldiging of verduidelijking over een gebrek aan afstemming. De afzender stelt dat een bepaalde kwestie ("de onderhavige aangelegenheid") op het Stadhuis was voorbereid, waarbij men er (ten onrechte) vanuit was gegaan dat de politie reeds geconsulteerd was.
De toon is formeel en hoffelijk. De directeur benadrukt dat het beleid van zijn dienst is om altijd overleg te plegen met de politie wanneer de "openbare rust of orde" in het geding is. De specifieke inhoud van de "aangelegenheid" wordt niet genoemd, maar de referentie naar "Wijk 6" duidt op een geografisch afgebakend dossier in de Amsterdamse binnenstad. Dit document stamt uit november 1941, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond de Amsterdamse politie onder leiding van de pro-Duitse hoofdcommissaris Sybren Tulp (aangesteld in april 1941).
Het begrip "openbare rust en orde" kreeg onder het naziregime een beladen betekenis, vaak gerelateerd aan het handhaven van anti-Joodse maatregelen of het onderdrukken van verzet na de Februaristaking van 1941. De noodzaak voor nauw overleg tussen het burgerlijk bestuur (het Stadhuis) en de politie was in deze periode essentieel voor de bezetter om de controle over de stad te behouden. De brief illustreert de bureaucratische processen en de strikte hiërarchie die zelfs onder bezettingstijd in stand werden gehouden binnen het gemeentelijk apparaat. M. Hoofdbureau Politie Publieke Werken Stadhuis
Samenvatting
De brief betreft een ambtelijke correspondentie tussen een gemeentelijke directie en de hoofdcommissaris van politie in Amsterdam. De kern van het schrijven is een verontschuldiging of verduidelijking over een gebrek aan afstemming. De afzender stelt dat een bepaalde kwestie ("de onderhavige aangelegenheid") op het Stadhuis was voorbereid, waarbij men er (ten onrechte) vanuit was gegaan dat de politie reeds geconsulteerd was.
De toon is formeel en hoffelijk. De directeur benadrukt dat het beleid van zijn dienst is om altijd overleg te plegen met de politie wanneer de "openbare rust of orde" in het geding is. De specifieke inhoud van de "aangelegenheid" wordt niet genoemd, maar de referentie naar "Wijk 6" duidt op een geografisch afgebakend dossier in de Amsterdamse binnenstad.
Historische Context
Dit document stamt uit november 1941, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond de Amsterdamse politie onder leiding van de pro-Duitse hoofdcommissaris Sybren Tulp (aangesteld in april 1941).
Het begrip "openbare rust en orde" kreeg onder het naziregime een beladen betekenis, vaak gerelateerd aan het handhaven van anti-Joodse maatregelen of het onderdrukken van verzet na de Februaristaking van 1941. De noodzaak voor nauw overleg tussen het burgerlijk bestuur (het Stadhuis) en de politie was in deze periode essentieel voor de bezetter om de controle over de stad te behouden. De brief illustreert de bureaucratische processen en de strikte hiërarchie die zelfs onder bezettingstijd in stand werden gehouden binnen het gemeentelijk apparaat.