Archiefstuk (bijblad/dossierstuk) betreffende de toewijzing van marktplaatsen.
Origineel
Archiefstuk (bijblad/dossierstuk) betreffende de toewijzing van marktplaatsen. November 1941 (aantekeningen d.d. 8, 12 en 20 november). [Bovenzijde links in stempel:]
BIJBLAD VAN:
M.- No. 20/37/1 1941
DOORGEZONDEN: 8/11-'41.
[Bovenzijde rechts:]
876
[Eerste tekstblok:]
S. Swart heeft aan de uitnodiging
om een aanvraagformulier
in te vullen voor een der
Joodsche markten geen gevolg
gegeven en heeft dientengevolge
geen plaats toegewezen gekregen.
Kan zich m.i. z.z.t. op een
der sollicitantenlijsten laten
inschrijven B 12/11 '41
[In rood midden links:]
20/37/217
[Daaronder:]
20/11 41 [paraaf]
[Tweede tekstblok (concept-antwoord):]
Naar aanleiding van uw brief
dd. 5 dezer deel ik u mede, dat aan het daarin
vervatte verzoek niet kan worden voldaan.
U kunt zich t.z.t. voor (het verkrijgen van) een plaats op een
der Joodsche hulpmarkten te mijnen
kantore op de sollicitantenlijst doen in-
schrijven.
[Paraaf rechtsonder] Het document betreft een interne administratieve afhandeling binnen een gemeentelijke of overheidsinstantie (waarschijnlijk in Amsterdam) betreffende de organisatie van de zogenaamde "Joodsche markten" tijdens de bezetting.
De kern van de correspondentie is dat een zekere S. Swart heeft verzuimd een officieel aanvraagformulier in te dienen voor een standplaats. Hierdoor is de automatische toewijzing van een marktplaats vervallen. In het onderste deel van het document is een concept-antwoord geformuleerd op een brief van Swart van 5 november 1941. De ambtenaar wijst het verzoek af, maar laat de mogelijkheid open om zich op een wachtlijst ("sollicitantenlijst") te laten plaatsen voor "hulpmarkten".
Het handschrift is een typisch midden-20e-eeuws kantoorschrift. Gebruikte afkortingen zijn:
* m.i.: mijns inziens.
* z.z.t. / t.z.t.: te zijner tijd.
* dd.: de dato (van de datum). Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen in Nederland in 1941. Na de uitsluiting van Joodse handelaren van de reguliere markten, werden zij gedwongen hun nering voort te zetten op specifiek aangewezen, gesegregeerde "Joodsche markten".
De toon van het document is strikt formeel en onpersoonlijk, wat contrasteert met de existentiële onzekerheid waarin Joodse handelaren in die periode verkeerden. Het mislopen van een standplaats betekende in feite het verlies van de mogelijkheid om legaal in het eigen onderhoud te voorzien. De genoemde "hulpmarkten" waren vaak provisorische plekken die de grote vraag van uitgesloten handelaren niet konden opvangen, wat de noodzaak voor een wachtlijst verklaart. S. Swart
Samenvatting
Het document betreft een interne administratieve afhandeling binnen een gemeentelijke of overheidsinstantie (waarschijnlijk in Amsterdam) betreffende de organisatie van de zogenaamde "Joodsche markten" tijdens de bezetting.
De kern van de correspondentie is dat een zekere S. Swart heeft verzuimd een officieel aanvraagformulier in te dienen voor een standplaats. Hierdoor is de automatische toewijzing van een marktplaats vervallen. In het onderste deel van het document is een concept-antwoord geformuleerd op een brief van Swart van 5 november 1941. De ambtenaar wijst het verzoek af, maar laat de mogelijkheid open om zich op een wachtlijst ("sollicitantenlijst") te laten plaatsen voor "hulpmarkten".
Het handschrift is een typisch midden-20e-eeuws kantoorschrift. Gebruikte afkortingen zijn:
* m.i.: mijns inziens.
* z.z.t. / t.z.t.: te zijner tijd.
* dd.: de dato (van de datum).
Historische Context
Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen in Nederland in 1941. Na de uitsluiting van Joodse handelaren van de reguliere markten, werden zij gedwongen hun nering voort te zetten op specifiek aangewezen, gesegregeerde "Joodsche markten".
De toon van het document is strikt formeel en onpersoonlijk, wat contrasteert met de existentiële onzekerheid waarin Joodse handelaren in die periode verkeerden. Het mislopen van een standplaats betekende in feite het verlies van de mogelijkheid om legaal in het eigen onderhoud te voorzien. De genoemde "hulpmarkten" waren vaak provisorische plekken die de grote vraag van uitgesloten handelaren niet konden opvangen, wat de noodzaak voor een wachtlijst verklaart.