Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 20 november 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] M de Boer
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 21/11
[Getypt, rechtsboven:] HG.
den Heer S.Swart,
Waterlooplein 50 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
20/37/2 H.
20 November 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 dezer deel ik U mede,
dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan. U kunt
zich te zijner tijd voor het verkrijgen van een plaats op een der
Joodsche hulpmarkten te mijnen kantore op de sollicitantenlijst doen
inschrijven.
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer S. Swart, ingediend op 5 november 1941. Hoewel de aard van het oorspronkelijke verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de afwijzing dat het waarschijnlijk ging om een vergunning of standplaats voor een markt.
De directeur van de betreffende dienst wijst het verzoek af, maar wijst de heer Swart op de mogelijkheid om zich in te schrijven voor een plek op een van de "Joodsche hulpmarkten". Dit duidt op de bureaucratische uitvoering van de segregatiepolitiek van de Duitse bezetter. De brief is zakelijk en afstandelijk van toon, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die periode. De handgeschreven aantekening "Verzonden 21/11" bevestigt dat de brief een dag na datering daadwerkelijk is uitgegaan. Het document dateert uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in hoog tempo opgevoerd.
In september 1941 werd door de bezetter en het Amsterdamse gemeentebestuur besloten tot de instelling van aparte "Joodsche markten". Joodse kooplieden mochten niet langer op de reguliere markten staan en Joodse burgers mochten op termijn enkel nog op deze aangewezen plekken hun inkopen doen. Deze maatregel was bedoeld om Joden volledig te isoleren van het openbare economische en sociale leven.
Het adres van de geadresseerde, Waterlooplein 50, lag midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. De heer S. Swart was vermoedelijk een van de vele Joodse marktkooplieden die door de veranderende wetgeving hun broodwinning zagen verdwijnen en gedwongen werden zich te voegen naar de nieuwe, beperkende regels voor standplaatsen op de gesegregeerde hulpmarkten. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de uitsluiting van Joodse burgers via alledaagse bureaucratische weg werd voltrokken. M. de Boer S. Swart Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer S. Swart, ingediend op 5 november 1941. Hoewel de aard van het oorspronkelijke verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de afwijzing dat het waarschijnlijk ging om een vergunning of standplaats voor een markt.
De directeur van de betreffende dienst wijst het verzoek af, maar wijst de heer Swart op de mogelijkheid om zich in te schrijven voor een plek op een van de "Joodsche hulpmarkten". Dit duidt op de bureaucratische uitvoering van de segregatiepolitiek van de Duitse bezetter. De brief is zakelijk en afstandelijk van toon, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die periode. De handgeschreven aantekening "Verzonden 21/11" bevestigt dat de brief een dag na datering daadwerkelijk is uitgegaan.
Historische Context
Het document dateert uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in hoog tempo opgevoerd.
In september 1941 werd door de bezetter en het Amsterdamse gemeentebestuur besloten tot de instelling van aparte "Joodsche markten". Joodse kooplieden mochten niet langer op de reguliere markten staan en Joodse burgers mochten op termijn enkel nog op deze aangewezen plekken hun inkopen doen. Deze maatregel was bedoeld om Joden volledig te isoleren van het openbare economische en sociale leven.
Het adres van de geadresseerde, Waterlooplein 50, lag midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. De heer S. Swart was vermoedelijk een van de vele Joodse marktkooplieden die door de veranderende wetgeving hun broodwinning zagen verdwijnen en gedwongen werden zich te voegen naar de nieuwe, beperkende regels voor standplaatsen op de gesegregeerde hulpmarkten. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de uitsluiting van Joodse burgers via alledaagse bureaucratische weg werd voltrokken.