Handgeschreven ambtelijke notitie / lijst.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / lijst. 15 december 1941. J. Rens (vermoedelijk een marktmeester of politiefunctionaris). Waterlooplein [linksboven]
15 Dec. 1941 [rechtsboven]
Den Heer
Inspecteur
Namen en adres van Chineesche koop-
lieden welke geen M. op hun [tussenvoeging: stempel] kaart hebben
[boven "geen M." is handmatig toegevoegd:] wel V.
Shue Tsuen Lin — Dijkstraat 17
Sien Nien Hsu — O.Z. Achterb:wal 144
Huang Chik Hua — O.Z. Achterb:wal 144
Chou Lin — O.Z. Achterb:wal 136
Wang Yun Ping — Barndesteeg 5
Chen Shen Ching — Weesperstraat 20
[w.g.] J. Rens Dit document is een rapportage van een toezichthouder (mogelijk werkzaam bij de marktpolitie of het marktwezen) aan een inspecteur. De kern van de melding is dat zes Chinese kooplieden op het Waterlooplein handel dreven zonder de vereiste 'M' op hun kaart. De 'M' stond in deze context voor een officiële Marktvergunning, die als stempel op het persoonsbewijs of de distributiekaart moest staan.
De handmatige toevoeging "wel V." is saillant; dit duidt er waarschijnlijk op dat deze mannen wel beschikten over een Vreemdelingenstempel (of een tijdelijk Verlof), wat hun verblijf legitimeerde, maar dat zij niet gerechtigd waren om commerciële activiteiten op de markt te ontplooien. De genoemde adressen (Dijkstraat, O.Z. Achterburgwal, Barndesteeg en Weesperstraat) bevinden zich allemaal in de Amsterdamse binnenstad, in en rond de toenmalige Joodse buurt en de Chinese enclave. De datum van het document, 15 december 1941, plaatst de lijst midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. In deze periode werden controles op markten extreem aangescherpt, niet alleen om de distributie van goederen te beheersen, maar ook om toezicht te houden op minderheden. Het Waterlooplein was van oudsher een centrale plek voor de Joodse handel, maar door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter veranderde de dynamiek op de markt drastisch.
De Chinese gemeenschap in Amsterdam (voornamelijk ex-zeelieden) probeerde in deze moeilijke jaren te overleven door de verkoop van onder andere pinda-artikelen en handwerk. Dit document illustreert de bureaucratische controle waaraan zij werden onderworpen. Het vastleggen van namen en adressen van "vreemdelingen" die de regels overtraden, was een direct onderdeel van het verscherpte politietoezicht in de bezette hoofdstad.
Samenvatting
Dit document is een rapportage van een toezichthouder (mogelijk werkzaam bij de marktpolitie of het marktwezen) aan een inspecteur. De kern van de melding is dat zes Chinese kooplieden op het Waterlooplein handel dreven zonder de vereiste 'M' op hun kaart. De 'M' stond in deze context voor een officiële Marktvergunning, die als stempel op het persoonsbewijs of de distributiekaart moest staan.
De handmatige toevoeging "wel V." is saillant; dit duidt er waarschijnlijk op dat deze mannen wel beschikten over een Vreemdelingenstempel (of een tijdelijk Verlof), wat hun verblijf legitimeerde, maar dat zij niet gerechtigd waren om commerciële activiteiten op de markt te ontplooien. De genoemde adressen (Dijkstraat, O.Z. Achterburgwal, Barndesteeg en Weesperstraat) bevinden zich allemaal in de Amsterdamse binnenstad, in en rond de toenmalige Joodse buurt en de Chinese enclave.
Historische Context
De datum van het document, 15 december 1941, plaatst de lijst midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. In deze periode werden controles op markten extreem aangescherpt, niet alleen om de distributie van goederen te beheersen, maar ook om toezicht te houden op minderheden. Het Waterlooplein was van oudsher een centrale plek voor de Joodse handel, maar door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter veranderde de dynamiek op de markt drastisch.
De Chinese gemeenschap in Amsterdam (voornamelijk ex-zeelieden) probeerde in deze moeilijke jaren te overleven door de verkoop van onder andere pinda-artikelen en handwerk. Dit document illustreert de bureaucratische controle waaraan zij werden onderworpen. Het vastleggen van namen en adressen van "vreemdelingen" die de regels overtraden, was een direct onderdeel van het verscherpte politietoezicht in de bezette hoofdstad.