Ambtelijke correspondentie (brief) met handgeschreven instructies.
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief) met handgeschreven instructies. 24 februari 1942. Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten door den Handel. Ondertekend door G. Douwes namens de directeur. De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. Gedrukte en getypte tekst:
HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART
RIJKSBUREAU VOOR DE DISTRIBUTIE VAN
TEXTIELPRODUCTEN DOOR DEN HANDEL
Postadres: Uitsluitend Andries Bickerweg 2
Postgiro 387059
Telegramadres: DISTEX
'S-GRAVENHAGE, Amsterdam, 24 Februari 1942.
Aan de Directeur v/h Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m.
Betr.:
№ 20/49/4 M. 1041 25/2-42.
Mijnheer,
Hiermede bericht ik U, dat de Chineezen niet voor een
Marktvergunning in aanmerking komen.
Hoogachtend,
RIJKSBUREAU voor de DISTRIBUTIE
van TEXTIELPRODUCTEN, door
den HANDEL,
[handtekening: G. Douwes]
Handgeschreven aantekeningen:
Rechtsboven: 204.
Rechts bij adres: m [onleesbaar] Dir Insp det.
Linkerzijde (verticaal): Gezien 2-3-42 deban[?]
Midden links: Spoed (onderstreept)
Midden (lijst met namen en vinkjes):
A.v.Rims
Tussen
Rentz v. J.A. [vinkje]
hirst [vinkje]
d'ring [vinkje]
bakker [vinkje]
Wolff [vinkje]
v? [vinkje]
minnek [vinkje]
Vrij [vinkje]
at [vinkje]
Onderzijde links (memo):
Aan marktambtenaren
moet worden bericht,
dat van heden af chineezen
op wier textielvergunning
met een V. gemerkt is, geen plaats
op een der markten mogen innemen.
Rechtsonder: 2-3-42 deban[?] Dit document is een officieel bevel dat de uitsluiting van de Chinese gemeenschap in Amsterdam van de textielhandel op markten formaliseert. De getypte tekst is kort en resoluut: Chinezen komen niet in aanmerking voor een marktvergunning.
Bijzonder onthullend is de handgeschreven instructie onderaan. Hierin wordt bevolen dat marktambtenaren Chinese kooplui van de markt moeten weren als hun vergunning is gemerkt met een "V". Deze "V" staat zeer waarschijnlijk voor 'Vreemdeling'. Het document toont aan hoe het distributiesysteem tijdens de bezetting werd ingezet als een instrument voor rassendiscriminatie en economische marginalisering. Hoewel de vervolging van de Joodse bevolking de meest bekende vorm van uitsluiting is, illustreert dit stuk dat ook andere minderheidsgroepen, zoals de Chinese pindaverkopers en textielhandelaren, systematisch uit het openbare economische leven werden verdreven. Het document dateert van februari 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de grip op de Nederlandse samenleving verstevigde. Door de oorlogsschaarste verliep de handel in textiel uitsluitend via het Rijksbureau voor de Distributie.
De Chinese gemeenschap in Amsterdam (destijds voornamelijk woonachtig rond de Binnenkant en de Zeedijk) was voor hun levensonderhoud vaak afhankelijk van straathandel. Door hen via bureaucratische weg vergunningen te weigeren en hun documenten van een merkteken ("V") te voorzien, werd hen effectief het recht op arbeid ontnomen. De aantekening "Spoed" en de afgevinkte lijst met namen van ambtenaren laten zien met welke ambtelijke voortvarendheid deze discriminerende maatregelen werden uitgevoerd. G. Douwes Marktwezen Rijksbureau