Archief 745
Inventaris 745-348
Pagina 358
Dossier 21
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

27 februari 1941 Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier")

Origineel

27 februari 1941 De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") M. Muller [handgeschreven]

D/HG.

21/7/2 M.
27 Februari 1941.

Restitutie en kwijtschelding
marktgeld brandstoffenmarkten
aan A.Mohr.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat A.Mohr,
Noorderkerkstraat 16 I, met schuit no.4422 groot 17 ton, voor
het kalenderjaar 1941 ligplaats heeft genomen aan de brand-
stoffenmarkten hier ter stede. Van het terzake verschuldigde
marktgeld ten bedrage van ƒ 17.- heeft Mohr voornoemd een
kwartaalstermijn ad ƒ 4,25 betaald. Hij heeft het vaartuig
met ingang van 20 Februari jl. verkocht naar Alkmaar, zoodat
het op dezen datum de markt heeft verlaten; hij verzoekt hem
restitutie van het teveel betaalde en kwijtschelding van het
nog verschuldigde marktgeld te verleenen. Inwilliging van dit
verzoek lijkt mij billijk. Indien Mohr het vaartuig volgens
het tarief per kalendermaand en per kalenderweek had doen lig-
gen, zou hij tot 20.Februari een bedrag van 1 x 17 x 10 cent +
3 x 17 x 2½ cent = ƒ 2,98 schuldig zijn geweest; hij betaalde:
ƒ 4,25, zoodat hij dus voor ƒ 1,27 restitutie in aanmerking
kan komen. De overige drie kwartaalstermijnen ad 3 x ƒ 4,25 =
ƒ 12,75 kunnen hem worden kwijtgescholden.

Ik geef U daarom beleefd in overweging wel te wil-
len bevorderen, dat hem door Burgemeester en Wethouders tot
een bedrag van ƒ 1,27 restitutie van betaald marktgeld wordt
verleend, zulks op grond van het bepaalde in artikel 36 van
de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en
ventgelden en hem tot een bedrag van ƒ 12,75 kwijtschelding
van marktgeld wordt verleend, zulks op grond van het bepaalde
in artikel 10 van voornoemde Verordening.

De Directeur, * Kern van de zaak: De heer A. Mohr, wonende aan de Noorderkerkstraat te Amsterdam, had voor het jaar 1941 een ligplaatsvergunning voor zijn schuit (17 ton) op de brandstoffenmarkt. Omdat hij zijn schuit op 20 februari verkocht aan iemand in Alkmaar, vraagt hij om teruggave van een deel van zijn reeds betaalde marktgeld en kwijtschelding voor de rest van het jaar.
* Ambtelijk advies: De directeur adviseert positief op het verzoek. Hij hanteert hierbij een 'billijkheidsrekening'. Hoewel Mohr per kwartaal betaalde, rekent de directeur uit wat hij verschuldigd zou zijn geweest op basis van een maand- en weektarief tot aan de verkoopdatum.
* Berekening:
* Verschuldigd tot 20 feb: 1 maand (17 ton à 10 cent) + 3 weken (17 ton à 2,5 cent) = ƒ 1,70 + ƒ 1,275 = ƒ 2,975 (afgerond naar ƒ 2,98).
* Betaald: ƒ 4,25 (één kwartaal).
* Restitutiebedrag: ƒ 4,25 - ƒ 2,98 = ƒ 1,27.
* Kwijtschelding: 3 resterende kwartalen van ƒ 4,25 = ƒ 12,75.
* Juridische kader: Het verzoek wordt getoetst aan de artikelen 10 en 36 van de destijds geldende "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". * Historische periode: Het document stamt uit februari 1941, nog geen jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven civiele ambtelijke procedures, zoals het innen en restitueren van marktgeld, nauwgezet doorlopen.
* Brandstofvoorziening: Brandstoffen (zoals kolen, hout en turf) waren tijdens de bezetting schaars en streng gerantsoeneerd. De brandstoffenmarkten, vaak gelegen aan grachten (zoals bij de Noorderkerk), waren essentiële schakels in de distributie aan de burgerbevolking.
* Administratieve cultuur: De brief illustreert de formele en hoffelijke schrijfstijl ("heb ik de eer", "beleefd in overweging") die typerend was voor de toenmalige Nederlandse bureaucratie. Het feit dat er voor een relatief klein bedrag van ƒ 1,27 een formeel schrijven naar de wethouder ging, toont de hoge mate van reglementering aan.
* Locatie: De vermelding van de Noorderkerkstraat en de term "Alhier" wijzen op de gemeente Amsterdam. De Noordermarkt was (en is) een historisch belangrijke marktplaats.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: De heer A. Mohr, wonende aan de Noorderkerkstraat te Amsterdam, had voor het jaar 1941 een ligplaatsvergunning voor zijn schuit (17 ton) op de brandstoffenmarkt. Omdat hij zijn schuit op 20 februari verkocht aan iemand in Alkmaar, vraagt hij om teruggave van een deel van zijn reeds betaalde marktgeld en kwijtschelding voor de rest van het jaar.
  • Ambtelijk advies: De directeur adviseert positief op het verzoek. Hij hanteert hierbij een 'billijkheidsrekening'. Hoewel Mohr per kwartaal betaalde, rekent de directeur uit wat hij verschuldigd zou zijn geweest op basis van een maand- en weektarief tot aan de verkoopdatum.
  • Berekening:
    • Verschuldigd tot 20 feb: 1 maand (17 ton à 10 cent) + 3 weken (17 ton à 2,5 cent) = ƒ 1,70 + ƒ 1,275 = ƒ 2,975 (afgerond naar ƒ 2,98).
    • Betaald: ƒ 4,25 (één kwartaal).
    • Restitutiebedrag: ƒ 4,25 - ƒ 2,98 = ƒ 1,27.
    • Kwijtschelding: 3 resterende kwartalen van ƒ 4,25 = ƒ 12,75.
  • Juridische kader: Het verzoek wordt getoetst aan de artikelen 10 en 36 van de destijds geldende "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".

Historische Context

  • Historische periode: Het document stamt uit februari 1941, nog geen jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven civiele ambtelijke procedures, zoals het innen en restitueren van marktgeld, nauwgezet doorlopen.
  • Brandstofvoorziening: Brandstoffen (zoals kolen, hout en turf) waren tijdens de bezetting schaars en streng gerantsoeneerd. De brandstoffenmarkten, vaak gelegen aan grachten (zoals bij de Noorderkerk), waren essentiële schakels in de distributie aan de burgerbevolking.
  • Administratieve cultuur: De brief illustreert de formele en hoffelijke schrijfstijl ("heb ik de eer", "beleefd in overweging") die typerend was voor de toenmalige Nederlandse bureaucratie. Het feit dat er voor een relatief klein bedrag van ƒ 1,27 een formeel schrijven naar de wethouder ging, toont de hoge mate van reglementering aan.
  • Locatie: De vermelding van de Noorderkerkstraat en de term "Alhier" wijzen op de gemeente Amsterdam. De Noordermarkt was (en is) een historisch belangrijke marktplaats.

Locaties

De vermelding van de Noorderkerkstraat en de term "Alhier" wijzen op de gemeente Amsterdam. De Noordermarkt was (en is) een historisch belangrijke marktplaats.

Kooplieden in dit dossier 100

D. Thomas Uilenburg Bretels
A. Brilleman Uilenburg 2e hands kleeding
A. Bruinvelds Nieuwmarkt aard.groenten en fruit
J. Achttienribbe Uilenburg 2e hands kleeding.
A. Elzas Waterlooplein koek, chocolade enz.
A. Goslau Waterlooplein Fruit
J. Agsteribbe Uilenburg 2e hands kleeding.
A. Hovingh Nieuwmarkt versche visch
A.H. Stout Nieuwmarkt haring enz.
A.J. Engelen Uilenburg 2e hands kleeding
S. Aldewereld Waterlooplein bedankt voor Dapperstraat.
A.Leyden-v.Amstel Waterlooplein ondergoederen
Aron Lopes Dias Uilenburg alc.vrije dranken, ger. eetwaren
S. Altschuler Uilenburg 2e hands kleeding.
E. Jansen Nieuwmarkt Stoffen.
A. Schrijver Nieuwmarkt fruit
A.S. Stodel Waterlooplein fruit
A. Stoppelman Nieuwmarkt stoffen
A. Sweyd Uilenburg regenkleeeding
A. Tromp Waterlooplein dekens, fitrage
A. Velleman Uilenburg 2e hands kleeding
V. Kolm Uilenburg fruit
A. Zwarts Uilenburg idem
M.S. Adviseerde Uilenburg Koek en Suikerwerken.
J.H. Barnstein Uilenburg Koek en Suikerwerken.
E. Baumstein meerdere bedankt voor Dapperstraat
B. Brander Waterlooplein fruit
B.Canus Uilenburg versche visch
Betje Clarenburg - Hijman Waterlooplein bedankt voor Dapperstraat
B. Cohen Uilenburg petten
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6