Administratieve kennisgeving/nota betreffende een financiële afwikkeling.
Origineel
Administratieve kennisgeving/nota betreffende een financiële afwikkeling. Maart 1941 (gebaseerd op de datumstempel 17/3 en de vermelde betalingstermijnen). Bureau van de Regeringscommissaris voor Amsterdam. [Bovenaan links in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 21/7/3 1941
DOORGEZONDEN: 17/3 - 14/1
[Bovenaan rechts, handgeschreven berekening]
117.23 / 39.07
175
14.02
160.98
7
21
11
21
2
2
[Hoofdtekst]
Aan A. Mohr, Nieuwe Kerkstraat 16 I Stad
kennisgeven van het besluit van den Regerings-
commissaris voor Amsterdam onder mededeeling
dat na aftrek van de aan hem verleende
restitutie en kwijtschelding in totaal bedrag zal
f 14.02 door hem [doorgestreept: overige machtiging] waarmee hij
bijplaats aan de binnen tappenmarkt heeft ingenomen
moet betaald worden f. 160.98
Daarvan werd reeds betaald [doorgestreept: te brengen gaat] 43.75
Zoodat hij nog moet betalen f 117.23
In voldoening van het laatstgenoemde bedrag moet
door hem op 1 April en 1 Juli [doorgestreept: en 1 October]
f 3.9.07 worden voldaan en op 1 October f 39.09
[Onderaan links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft de inning van een bedrag voor een "bijplaats" (een toegewezen staanplaats of marktkraam) aan de "binnen tappenmarkt". De financiële berekening is als volgt opgebouwd:
* Oorspronkelijk bedrag: f 175,00 (zoals genoteerd rechtsboven).
* Korting/restitutie: f 14,02 wordt in mindering gebracht.
* Verschuldigd: f 160,98.
* Reeds voldaan: f 43,75.
* Openstaand saldo: f 117,23.
Dit resterende bedrag van f 117,23 wordt opgesplitst in drie termijnen: twee van f 39,07 (1 april en 1 juli) en één slottermijn van f 39,09 (1 oktober). De nauwgezette administratie en het gebruik van voorgedrukte formulieren ("Model No. 14") duiden op een gestandaardiseerd proces binnen de gemeentelijke administratie van Amsterdam. Dit schrijven dateert van maart 1941. In februari 1941 had de Duitse bezetter de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de burgemeester vervangen door een "regeringscommissaris" (Edward Voûte), die direct onder het gezag van de bezettingsmacht stond. Dit document is een direct product van dit nieuwe bestuur.
Het adres, de Nieuwe Kerkstraat 16, lag midden in de Joodse buurt van Amsterdam. Voor de bewoners van deze wijk was 1941 een jaar van extreme onzekerheid en toenemende vervolging (zoals de razzia's in februari 1941). De "binnen tappenmarkt" verwijst waarschijnlijk naar een specifieke marktsectie, mogelijk gerelateerd aan de handel in vaten of een specifieke locatie nabij de Amstel of het Waterlooplein. Het contrast tussen de dagelijkse terreur van de bezetting en deze kille, bureaucratische afhandeling van marktgelden is kenmerkend voor de archiefstukken uit deze periode. A. Mohr M. No
Samenvatting
Het document betreft de inning van een bedrag voor een "bijplaats" (een toegewezen staanplaats of marktkraam) aan de "binnen tappenmarkt". De financiële berekening is als volgt opgebouwd:
* Oorspronkelijk bedrag: f 175,00 (zoals genoteerd rechtsboven).
* Korting/restitutie: f 14,02 wordt in mindering gebracht.
* Verschuldigd: f 160,98.
* Reeds voldaan: f 43,75.
* Openstaand saldo: f 117,23.
Dit resterende bedrag van f 117,23 wordt opgesplitst in drie termijnen: twee van f 39,07 (1 april en 1 juli) en één slottermijn van f 39,09 (1 oktober). De nauwgezette administratie en het gebruik van voorgedrukte formulieren ("Model No. 14") duiden op een gestandaardiseerd proces binnen de gemeentelijke administratie van Amsterdam.
Historische Context
Dit schrijven dateert van maart 1941. In februari 1941 had de Duitse bezetter de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de burgemeester vervangen door een "regeringscommissaris" (Edward Voûte), die direct onder het gezag van de bezettingsmacht stond. Dit document is een direct product van dit nieuwe bestuur.
Het adres, de Nieuwe Kerkstraat 16, lag midden in de Joodse buurt van Amsterdam. Voor de bewoners van deze wijk was 1941 een jaar van extreme onzekerheid en toenemende vervolging (zoals de razzia's in februari 1941). De "binnen tappenmarkt" verwijst waarschijnlijk naar een specifieke marktsectie, mogelijk gerelateerd aan de handel in vaten of een specifieke locatie nabij de Amstel of het Waterlooplein. Het contrast tussen de dagelijkse terreur van de bezetting en deze kille, bureaucratische afhandeling van marktgelden is kenmerkend voor de archiefstukken uit deze periode.