Archiefdocument
Origineel
17 maart 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Den heer A. Mohr, Noorderkerkstraat 16 II, Amsterdam. [Linksboven, paars stempel:]
No 21/7/3
[Bovenaan midden, paars stempel:]
M. 1341 17/3
[Linksboven, getypt:]
L.M.
54/3 -1941-
[Rechtsboven, getypt en handgeschreven:]
17 Maart 1941.
[handgeschreven paraaf/notitie in grijze inkt:] m. [onleesbaar]
[handgeschreven naam in blauwe inkt:] th Müller
[Inhoud brief:]
Ik deel U hierbij mede te hebben besloten
U op gronden van billijkheid restitutie te ver-
leenen van reeds betaald marktgeld ten bedrage
van f 1.27 en kwijtschelding van marktgeld tot
een bedrag van f 12.75.
Voor de verrekening dient U zich te wenden
tot het kantoor van den Dienst van het Markt-
wezen, Jan van Galenstraat 14 alhier.
vM
[Ondertekening:]
De Regeeringscommissaris
voor Amsterdam,
(get.) Voûte [paars stempel]
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paars stempel]
[Adres ontvanger:]
den heer A. Mohr,
Noorderkerkstraat 16 II
_A_L_H_I_E_R_(C).
[Rechtsonder, handgeschreven:]
21 Dit document is een formele kennisgeving aan de heer A. Mohr betreffende een financiële correctie op zijn verschuldigde marktgeld. Het besluit omvat twee delen:
1. Restitutie: Een terugbetaling van ƒ 1,27 voor reeds betaalde gelden.
2. Kwijtschelding: Het laten vervallen van een nog openstaande schuld van ƒ 12,75.
De term "op gronden van billijkheid" geeft aan dat dit geen strikt wettelijke verplichting was, maar een besluit genomen uit oogpunt van rechtvaardigheid of coulance door het bestuur. Het document bevat diverse administratieve kenmerken die typisch zijn voor de gemeentelijke bureaucratie van die tijd, inclusief de verwijzing naar de Dienst van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat (de Centrale Markthallen). De stempels "(get.) Voûte" en "(get.) J.F. Franken" duiden erop dat dit een officieel afschrift of een door stempels bekrachtigde kopie is van het oorspronkelijke besluit. De datum van de brief, 17 maart 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. Slechts enkele weken voor deze brief, in februari 1941, vond de Februari-staking plaats in Amsterdam als protest tegen de Jodenvervolging. Als reactie hierop ontsloeg de bezetter het democratisch gekozen gemeentebestuur.
Edward Voûte werd op 4 maart 1941 door de bezetter aangesteld als 'regeeringscommissaris', wat inhield dat hij de bevoegdheden van zowel de burgemeester als de wethouders kreeg. Deze brief is dus een van de vroege officiële documenten onder zijn bewind.
Gezien de periode en de aard van de kwijtschelding (marktgeld), kan dit document verband houden met de beperkende maatregelen voor Joodse marktkooplieden. Vanaf begin 1941 werden Joden stelselmatig geweerd van reguliere markten. De kwijtschelding van marktgeld "op gronden van billijkheid" zou een compensatie kunnen zijn voor standplaatsen die zij door de nieuwe verordeningen niet meer mochten innemen. De ontvanger, de heer Mohr, woonde in de Jordaan (Noorderkerkstraat), een wijk die destijds nauw verbonden was met de Amsterdamse marktcultuur. A. Mohr E.J. Vo J.F. Franken Marktwezen