Brief (doorslag/kopie).
Origineel
Brief (doorslag/kopie). 9 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken). Den Heer Directeur der Stadsreiniging, Kwakersstraat 1, Amsterdam-West. [Handgeschreven in blauw bovenin:] Verzonden 9/7
[Rechtsboven:] HG.
[Linksboven:] 21/14/1 M.
[Geadresseerde:]
den Heer Directeur
der Stadsreiniging,
Kwakersstraat 1,
Amsterdam-West.
[Rechts:]
Wijk 12.
9 Juli 1941.
[Inhoud:]
Hiermede verzoek ik U beleefd het gedeelte van de brandstoffen-
markt aan de Nieuwe Heerengracht, waar de firma's Appelboom en Lub-
link met hun schuiten liggen, te doen uitbaggeren.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Administratieve context: Het betreft een zakelijke correspondentie tussen twee gemeentelijke diensten in Amsterdam. De afzender verzoekt de Directeur van de Stadsreiniging om onderhoudswerkzaamheden (baggeren) uit te voeren.
* Locatie: De Nieuwe Heerengracht, specifiek het gedeelte waar de "brandstoffenmarkt" gevestigd was. Dit was een belangrijke overslagplaats voor brandstoffen zoals kolen en turf, die per schuit werden aangevoerd.
* Bedrijven: Er worden twee specifieke firma's genoemd: Appelboom en Lublink. De naam Appelboom is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Gezien de locatie (de Nieuwe Heerengracht lag in de Joodse buurt) en de datum (1941), is dit een relevant detail in de sociaal-economische geschiedenis van de stad tijdens de bezetting.
* Noodzaak: Het verzoek tot uitbaggeren duidt erop dat de gracht ter plaatse verzand was of vol lag met vuil, waardoor de diepgang van de schuiten van de genoemde firma's in het gedrang kwam. Dit document stamt uit de begindagen van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1941). Ondanks de oorlog gingen de dagelijkse civiele en infrastructurele werkzaamheden in Amsterdam door. De brandstoffenmarkt was essentieel voor de energievoorziening van de stad.
De vermelding van de firma Appelboom is historisch wrang. In 1941 werden anti-Joodse maatregelen steeds strenger. Joodse bedrijven moesten zich registreren en werden vaak onder het beheer van een 'Verwalter' (bewindvoerder) gesteld of geliquideerd. De Nieuwe Heerengracht bevond zich in het hart van de Joodse wijk (Wijk 12, zoals op de brief vermeld). Hoewel dit een routineus verzoek lijkt over wateronderhoud, reflecteert het de laatste fase waarin deze bedrijven nog min of meer normaal konden functioneren voordat de grootschalige deportaties en onteigeningen begonnen.
Samenvatting
- Administratieve context: Het betreft een zakelijke correspondentie tussen twee gemeentelijke diensten in Amsterdam. De afzender verzoekt de Directeur van de Stadsreiniging om onderhoudswerkzaamheden (baggeren) uit te voeren.
- Locatie: De Nieuwe Heerengracht, specifiek het gedeelte waar de "brandstoffenmarkt" gevestigd was. Dit was een belangrijke overslagplaats voor brandstoffen zoals kolen en turf, die per schuit werden aangevoerd.
- Bedrijven: Er worden twee specifieke firma's genoemd: Appelboom en Lublink. De naam Appelboom is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Gezien de locatie (de Nieuwe Heerengracht lag in de Joodse buurt) en de datum (1941), is dit een relevant detail in de sociaal-economische geschiedenis van de stad tijdens de bezetting.
- Noodzaak: Het verzoek tot uitbaggeren duidt erop dat de gracht ter plaatse verzand was of vol lag met vuil, waardoor de diepgang van de schuiten van de genoemde firma's in het gedrang kwam.
Historische Context
Dit document stamt uit de begindagen van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1941). Ondanks de oorlog gingen de dagelijkse civiele en infrastructurele werkzaamheden in Amsterdam door. De brandstoffenmarkt was essentieel voor de energievoorziening van de stad.
De vermelding van de firma Appelboom is historisch wrang. In 1941 werden anti-Joodse maatregelen steeds strenger. Joodse bedrijven moesten zich registreren en werden vaak onder het beheer van een 'Verwalter' (bewindvoerder) gesteld of geliquideerd. De Nieuwe Heerengracht bevond zich in het hart van de Joodse wijk (Wijk 12, zoals op de brief vermeld). Hoewel dit een routineus verzoek lijkt over wateronderhoud, reflecteert het de laatste fase waarin deze bedrijven nog min of meer normaal konden functioneren voordat de grootschalige deportaties en onteigeningen begonnen.