Archief 745
Inventaris 745-348
Pagina 420
Dossier 21
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief / correspondentie.

7 oktober 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke brief / correspondentie. 7 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven potlood, rechtsboven:] M. Müller [?]

[Middenboven:] HG.

[Middenboven, handgeschreven paarse inkt:] Verzonden 8/10

[Linksboven:] 21/20/2 M.

[Rechtsmidden:] 7 October 1941.

[Linksmidden, onderwerp:]
Kwijtschelding marktgeld
brandstoffenmarkten aan
L.de BockA

[Rechtsonder de datum:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat L.de Bock, Nieuwe Keizersgracht t/o 96, met het vaartuig genaamd "De Koophandel", groot 119 ton, voor het kalenderjaar 1941 ligplaats heeft genomen aan de brandstoffenmarkten hier ter stede. Van het terzake verschuldigde marktgeld ten bedrage van ƒ 119,- heeft De Bock voornoemd een bedrag ad ƒ 89,25 betaald. Hij heeft het vaartuig per 30 September jl. verkocht, zoodat het op dezen datum de markt heeft verlaten; hij verzoekt hem kwijtschelding van het nog verschuldigde marktgeld te verleenen. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij billijk. Indien De Bock het vaartuig volgens het tarief per kalendermaand had doen liggen, zou hij tot 1 October 1941 een bedrag van 9 x 119 x 10 cent = ƒ 107,10 schuldig zijn geweest, zoodat hem kwijtschelding kan worden verleend tot een bedrag van ƒ 11,90 (ƒ 119,- - ƒ 107,10).

Ik geef U daarom beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat hem door den heer Burgemeester tot een bedrag van ƒ 11,90 kwijtschelding van marktgeld wordt verleend, zulks op grond van het bepaalde in artikel 10 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats en ventgelden.

De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen. De directeur van de betreffende dienst (waarschijnlijk de marktmeester of directeur van het marktwezen) adviseert over een verzoek tot gedeeltelijke kwijtschelding van marktgeld.

De kern van de zaak is als volgt:
1. L. de Bock, een brandstoffenhandelaar gevestigd aan de Nieuwe Keizersgracht, had voor heel 1941 een ligplaats gehuurd voor zijn schip "De Koophandel" (119 ton).
2. Het jaarlijkse marktgeld hiervoor bedroeg ƒ 119,- (1 gulden per ton per jaar).
3. De Bock had reeds ƒ 89,25 betaald, maar verkocht zijn schip op 30 september 1941.
4. De directeur berekent wat De Bock verschuldigd zou zijn als hij per maand had betaald (10 cent per ton per maand). Voor 9 maanden komt dit neer op ƒ 107,10.
5. Omdat De Bock het schip niet meer bezit, vindt de directeur het redelijk ("billijk") om hem het resterende bedrag van het jaarcontract kwijt te schelden, gebaseerd op het maandtarief. De geadviseerde kwijtschelding bedraagt derhalve ƒ 11,90. Het document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De referentie naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal; in deze periode was de voedselvoorziening en brandstofdistributie een van de belangrijkste en meest complexe gemeentelijke taken vanwege de toenemende schaarste en rantsoenering.

De brandstoffenmarkt was essentieel voor de stad, aangezien steenkool en turf de primaire bronnen waren voor verwarming en industrie. Het feit dat een handelaar zijn schip verkoopt midden in de oorlog kan wijzen op verschillende zaken: bedrijfsbeëindiging, vordering door de bezetter, of simpelweg een zakelijke transactie in een krimpende markt.

De toon van de brief is uiterst formeel en bureaucratisch, kenmerkend voor de Nederlandse administratie van die tijd, die zelfs onder de bezetting trachtte de bestaande verordeningen en procedures strikt op te volgen. De verwijzing naar "artikel 10 van de Verordening" toont aan dat men binnen de wettelijke kaders van de gemeente bleef opereren. L. de Bock Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen. De directeur van de betreffende dienst (waarschijnlijk de marktmeester of directeur van het marktwezen) adviseert over een verzoek tot gedeeltelijke kwijtschelding van marktgeld.

De kern van de zaak is als volgt:
1. L. de Bock, een brandstoffenhandelaar gevestigd aan de Nieuwe Keizersgracht, had voor heel 1941 een ligplaats gehuurd voor zijn schip "De Koophandel" (119 ton).
2. Het jaarlijkse marktgeld hiervoor bedroeg ƒ 119,- (1 gulden per ton per jaar).
3. De Bock had reeds ƒ 89,25 betaald, maar verkocht zijn schip op 30 september 1941.
4. De directeur berekent wat De Bock verschuldigd zou zijn als hij per maand had betaald (10 cent per ton per maand). Voor 9 maanden komt dit neer op ƒ 107,10.
5. Omdat De Bock het schip niet meer bezit, vindt de directeur het redelijk ("billijk") om hem het resterende bedrag van het jaarcontract kwijt te schelden, gebaseerd op het maandtarief. De geadviseerde kwijtschelding bedraagt derhalve ƒ 11,90.

Historische Context

Het document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De referentie naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal; in deze periode was de voedselvoorziening en brandstofdistributie een van de belangrijkste en meest complexe gemeentelijke taken vanwege de toenemende schaarste en rantsoenering.

De brandstoffenmarkt was essentieel voor de stad, aangezien steenkool en turf de primaire bronnen waren voor verwarming en industrie. Het feit dat een handelaar zijn schip verkoopt midden in de oorlog kan wijzen op verschillende zaken: bedrijfsbeëindiging, vordering door de bezetter, of simpelweg een zakelijke transactie in een krimpende markt.

De toon van de brief is uiterst formeel en bureaucratisch, kenmerkend voor de Nederlandse administratie van die tijd, die zelfs onder de bezetting trachtte de bestaande verordeningen en procedures strikt op te volgen. De verwijzing naar "artikel 10 van de Verordening" toont aan dat men binnen de wettelijke kaders van de gemeente bleef opereren.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Kool Huishoudelijk: Brandstof Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100

D. Thomas Uilenburg Bretels
A. Brilleman Uilenburg 2e hands kleeding
A. Bruinvelds Nieuwmarkt aard.groenten en fruit
J. Achttienribbe Uilenburg 2e hands kleeding.
A. Elzas Waterlooplein koek, chocolade enz.
A. Goslau Waterlooplein Fruit
J. Agsteribbe Uilenburg 2e hands kleeding.
A. Hovingh Nieuwmarkt versche visch
A.H. Stout Nieuwmarkt haring enz.
A.J. Engelen Uilenburg 2e hands kleeding
S. Aldewereld Waterlooplein bedankt voor Dapperstraat.
A.Leyden-v.Amstel Waterlooplein ondergoederen
Aron Lopes Dias Uilenburg alc.vrije dranken, ger. eetwaren
S. Altschuler Uilenburg 2e hands kleeding.
E. Jansen Nieuwmarkt Stoffen.
A. Schrijver Nieuwmarkt fruit
A.S. Stodel Waterlooplein fruit
A. Stoppelman Nieuwmarkt stoffen
A. Sweyd Uilenburg regenkleeeding
A. Tromp Waterlooplein dekens, fitrage
A. Velleman Uilenburg 2e hands kleeding
V. Kolm Uilenburg fruit
A. Zwarts Uilenburg idem
M.S. Adviseerde Uilenburg Koek en Suikerwerken.
J.H. Barnstein Uilenburg Koek en Suikerwerken.
E. Baumstein meerdere bedankt voor Dapperstraat
B. Brander Waterlooplein fruit
B.Canus Uilenburg versche visch
Betje Clarenburg - Hijman Waterlooplein bedankt voor Dapperstraat
B. Cohen Uilenburg petten
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6