Brief/ambtelijk schrijven (doorslag of kopie).
Origineel
Brief/ambtelijk schrijven (doorslag of kopie). 22 juli 1943. De waarnemend Directeur van de Centrale Markt in Amsterdam. De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 77/28/3 M. 1 [Handgeschreven in blauw potlood: copie] 22 Juli 1943. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 8 Juli 1943 door den controleur J.P.N.Boon van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat H.W. Weggelaar, wonende Goudsbloemstraat 148 II, alhier zich op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal van een partij tomaten.
Ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, heb ik Weggelaar voornoemd gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Zaterdag 24 Juli tot en met Vrijdag 6 Augustus 1943.
Ik ben van meening, dat Weggelaar voornoemd voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Weggelaar voornoemd in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Burgemeester van Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang voor den tijd van 4 maanden, zulks met ingang van 7 Augustus 1943.
De Directeur,
wnd. In dit document rapporteert de waarnemend directeur van de Amsterdamse Centrale Markt aan de wethouder voor de Levensmiddelen over een diefstal. Een zekere H.W. Weggelaar, woonachtig in de Goudsbloemstraat (Jordaan), is op 8 juli 1943 betrapt op het stelen van een "partij tomaten".
De directeur heeft direct gebruikgemaakt van zijn eigen bevoegdheid (artikel 35, lid 1 van het marktreglement) om de man voor 14 dagen de toegang te ontzeggen. Hij vindt deze straf echter onvoldoende en verzoekt de wethouder om bij de burgemeester aan te dringen op een veel zwaardere sanctie: een toegangsverbod van vier maanden op basis van het tweede lid van hetzelfde artikel. Dit zou betekenen dat de betrokkene tot ver in december 1943 niet meer op de markt mag komen om handel te drijven of inkopen te doen. Het document dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze periode kenmerkte zich door extreme schaarste aan voedsel en strenge distributiemaatregelen. De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad.
Diefstal van levensmiddelen werd in deze context niet gezien als een gewone diefstal, maar als een ernstige ondermijning van de gecontroleerde voedseldistributie. De felle reactie van de directeur — het onmiddellijk opleggen van een verbod en het aandringen op een maandenlange uitsluiting via de burgemeester — moet worden gezien tegen de achtergrond van de strijd tegen de zwarte handel en het bewaken van de schaarse voorraden. Voor een marktkoopman of transporteur was een toegangsverbod van vier maanden in feite een beroepsverbod, wat de ernst van het vergrijp in de ogen van de autoriteiten onderstreept.