Ambtsverslag / Rapportage van een controleur.
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage van een controleur. 8 november 1943. Even later op dien zelfden dag vernam ik van Boom die spruiten had
moeten laden voor Buijs, dat hij 10 kisten teveel had meegenomen.
Hoewel ik begreep, dat dit de 10 kisten moesten zijn die de schip-
per te kort kwam van de partij die ik moest halen, heb ik er verder
niets van gezegd. Wel had ik aan Boom gezegd dat ik 10 kisten te
weinig had gehad. Ook hij kon dus vermoeden dat dit de kisten waren
die door hem waren weggehaald. Later op den dag kwam Boom op mij
toe en gaf mij f 15, waarbij hij nog de mededeeling deed dat ik
nog f 10 te goed hield. Hoewel hij niet vertelde hoe hij aan dit
geld kwam begreep ik toch wel dat het van de 10 kisten spruiten
moest zijn. Toen ik later vernam, dat de schipper de schade van
de 10 kisten spruiten moest lijden kwamen Boom en ik overeen de
f 50 aan den schipper te geven. Hoewel wij dit op Maandag 1 November
zouden doen is het er toen niet van gekomen. Ik overhandig U thans
f 15, ~~zijnde~~ zijnde het aandeel dat ik van Boom gekregen heb.
(Ik, rapporteur, neem van Van den Bos de f 15.- in ontvangst).
Hierna heb ik van Geest van de gang van zaken op de hoogte gesteld
en aan hem de f 50 gegeven. Hij verklaarde, dat hij hiermede vol-
komen schadeloos was gesteld en wilde dan ook geen aangifte doen
voor een strafrechtelijke vervolging. De toegangskaarten van Boom
en Van den Bos heb ik ingehouden en bij dit rapport gevoegd, bene-
vens een schriftelijke verklaring van schipper van Geest waarin
deze bevestigt van mij, rapporteur, de f 50 op Zaterdag 6 November
1943 te hebben ontvangen.
Uit de administratie van het Kaartenkantoor is gebleken, dat Boom,
noch Van den Bos zich op de Centrale Markt ~~hebben~~ ~~schuldig~~ eerder
schuldig hebben gemaakt aan eenig strafbaar feit.
Amsterdam 8 November 1943
Den Heer Bedrijfschef Controleur,
van de Centrale Markt
[Handtekening: S. Uithuis] Dit rapport beschrijft een geval van verduistering of diefstal van handelswaar op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren.
- De feiten: Een persoon genaamd Boom heeft 10 kisten spruiten te veel geladen, die oorspronkelijk bestemd waren voor de partij van de rapporteur (de controleur). In plaats van dit direct te melden, accepteert de rapporteur aanvankelijk een bedrag van 15 gulden van Boom (met de belofte van nog 10 gulden extra), wetende dat dit "bloedgeld" is van de onrechtmatig verkregen spruiten.
- Schikking: Zodra bekend wordt dat de schipper (Van Geest) persoonlijk voor de schade moet opdraaien, besluiten de betrokkenen (Boom en Van den Bos) 50 gulden te betalen aan de schipper als schadeloosstelling.
- Sancties: Hoewel de schipper afziet van aangifte nadat hij betaald is, worden er wel disciplinaire maatregelen genomen: de toegangskaarten van de betrokkenen zijn ingehouden. Dit betekende in de praktijk een tijdelijk of permanent verbod om op de markt te werken.
- Opmerkelijkheden: De rapporteur lijkt zelf ook betrokken te zijn geweest bij de ontvangst van het geld ("het aandeel dat ik van Boom gekregen heb"), maar brengt dit nu formeel naar voren om de zaak af te wikkelen. Het document dateert van 8 november 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening in Nederland stond onder grote druk en de distributie werd streng gecontroleerd. De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Markthal/Food Center area in West) was de spil van de voedseldistributie voor de stad.
In deze periode was "zwarte handel" en diefstal van schaarse goederen zoals groenten aan de orde van de dag. De controleurs hadden de taak om de orde te bewaken, maar zoals uit dit document blijkt, was de scheidslijn tussen strikte handhaving en onderlinge "schikkingen" soms dun. Het feit dat de daders niet direct aan de politie (of de Duitse autoriteiten) werden overgedragen maar hun toegangskaarten verloren, wijst op een interne tuchtrechtelijke afhandeling binnen het marktwezen om ergere repercussies (zoals tussenkomst van de bezetter) mogelijk te voorkomen.